Die interne staatshervorming wordt beschreven in:

  • het regeerakkoord 2009-2014: "een daadkrachtig Vlaanderen in beslissende tijden"
  • de beleidsnota binnenlands bestuur 2009-2014
  • het Witboek interne staatshervorming (8/4/2011), dat de basis vormt voor de implementatie van de hervorming

De kernpunten van staatshervorming zijn: meer bestuurskracht en autonomie voor gemeenten, performante processen, afbakening van de provinciale taken, en een duidelijke vereenvoudiging en vermindering van de intermediaire bestuursniveaus.

 

Concreet zorgde de hervorming voor een afbakening van de bevoegdheden van de provincies en een opsomming van de thema's (Vlaamse beleidsprioriteiten) waarvoor de provincies nog gesubsidieerd konden worden door de Vlaamse overheid. 

 

De provincies zijn tot en met 2017, wat sport betreft, bevoegd voor de volgende zaken:

  1. het stimuleren van personen met een handicap tot sporten
  2. het, op vraag van de gemeenten, stimuleren en ondersteunen van de regionale werking in de sportsector
  3. het ondersteunen of organiseren van bovenlokale sportevenementen
  4. het bouwen of subsidiëren van een bovenlokale sportinfrastructuur
  5. het coördineren van de relatie tussen natuur, sport en recreatie en ruimtelijke ordening
  6. het beheren van unieke bovenlokale instellingen in de sport, i.e. een bovenlokale organisatie die een specifieke meerwaarde betekent voor de sport op provinciaal niveau en die niet op Vlaams of op lokaal niveau ingevuld wordt.

De bevoegdheden van de provincies werden nader omschreven in de bestuursakkoorden.

 

Tot en met 2017 waren de provincies ook gesubsidieerd op basis van het decreet lokaal sportbeleid en dit voor het stimuleren van personen met een handicap tot sporten (beleidsprioriteit 5).

Echter, vanaf 2018 werd de bevoegdheid Sport van de provincies definitief overgeheveld naar de Vlaamse overheid en/of naar de lokale besturen, afhankelijk van de materie.