Lopen-shutterstock_359568020.jpg (1)

Blijf ook nu sporten en bewegen

Kostenvergoedingen vrijwilligers

25/01/2021

Een organisatie kan kosten verbonden aan het vrijwilligerswerk terugbetalen, maar de prestaties zelf worden niet vergoed.

 

Om deze kosten terug te betalen aan de vrijwilligers zijn er drie mogelijkheden op basis van de wet van 2005:

  • de betaling van een forfaitaire kostenvergoeding
  • de vergoeding van de werkelijke kosten;
  • de combinatie van de forfaitaire kostenvergoeding met de werkelijke vervoerskosten.

1. Forfaitaire vergoeding

 

De kosten moeten niet bewezen worden om een forfaitaire vergoeding te ontvangen. Er moet wel rekening gehouden worden met maximumbedragen.


Basisbedrag


De bedragen volgen de evolutie van het indexcijfer. Vanaf 1 januari 2021 mogen maximaal de volgende forfaitaire bedragen toegekend worden aan vrijwilligers: maximum € 35,41 per dag en € 1.416,16 per jaar.


Het maximum geldt voor al het vrijwilligerswerk van één vrijwilliger samen over de organisaties heen.

 


Verhoogd bedrag


Voor bepaalde categorieën van vrijwilligers wordt vanaf 2019 het jaarbedrag verhoogd. Het dagbedrag blijft ongewijzigd. Het jaarlijks plafond van de forfaitaire verhoogde kostenvergoeding bedraagt vanaf 1 januari 2021 € 2.600,90.


Het verhoogd bedrag mag uitbetaald worden aan de volgende categorie van vrijwilligers:
• sporttrainer, sportlesgever, sportcoach, jeugdsportcoördinator, sportscheidsrechter, jurylid, steward, terreinverzorger-materiaalmeester, seingever bij sportwedstrijden;

Deze verhoging geldt niet voor vrijwilligers die tijdens de periode waarin ze prestaties inzake vrijwilligerswerk uitvoeren, een sociale zekerheids- of sociale bijstandsuitkering ontvangen.


De organisatie legt een nominatieve lijst per jaar aan, met de gegevens van de vrijwilligers die een forfaitaire kostenvergoeding krijgen, de dag waarop ze een kostenvergoeding krijgen en het bedrag.

 


2. Vergoeding werkelijke kosten

 

Bij de reële kostenvergoeding betaal je kosten terug op basis van bewijsstukken.


De twee systemen van onkostenvergoeding (forfaitaire vergoeding/bewezen reële kosten) kunnen echter niet gecombineerd worden voor dezelfde vrijwilliger in eenzelfde kalenderjaar: er moet een keuze gemaakt worden!

 

3. Vervoerskosten

 

De forfaitaire kostenvergoedingen mogen gecombineerd worden met een reële verplaatsingsvergoeding tot maximaal 2.000 km per jaar per vrijwilliger.


Als de vrijwilliger zich verplaatst met zijn eigen voertuig (auto, motorfiets of bromfiets) kan een organisatie de forfaitaire kilometervergoeding betalen. Vanaf 1 juli 2020 t.e.m. 30 juni 2021 geldt de geïndexeerde kilometervergoeding: maximum 0,3542 euro per kilometer.


Met de eigen fiets mag je tot maximum € 0,24 per kilometer (vanaf 01/01/2019) betalen.


Voor het openbaar vervoer kan de kost van het vervoersbewijs worden terugbetaald.


De totale verplaatsingsvergoeding voor gebruik van het openbaar vervoer, de eigen fiets of het eigen voertuig mag per jaar per vrijwilliger een bedrag gelijk aan 2000 keer de kilometervergoeding voor gebruik van het eigen voertuig niet overschrijden.


Het aantal gereden kilometers moet je bewijzen met kostennota’s.


Worden de bovenvermelde bedragen overschreden, dan worden alle vergoedingen in principe onderworpen aan de sociale zekerheid en zijn deze belastbaar.

 

 


Sport Vlaanderen is actief op social media