De Europese Unie

Sinds het Verdrag van Lissabon van 2009 is sport formeel een bevoegdheid van de Europese Unie geworden. Door het sportbeleid van lidstaten aan te vullen, te ondersteunen en op elkaar af te stemmen, wil de EU sport een Europese dimensie geven.

 

Elke zes maanden vergaderen de Europese ministers van Sport in het kader van de Raad van de Europese Unie. In tussentijd is er frequenter overleg tussen de EU lidstaten op de raadswerkgroepen sport (hier worden de Vlaamse belangen opgenomen door de Algemene Vertegenwoordiging van Vlaanderen bij de EU). De Raad van de EU vormen samen met de Europese Commissie en het Europees Parlement de grootste spelers wat betreft het Europees beleid. Daarnaast zijn er nog tal van koepelorganisaties en belangengroepen in de sport die hun prioriteiten naar voor proberen krijgen.

 

Welke thema’s er aan bod komen wordt beschreven in het EU Werkplan voor sport. Dit kan je gerust beschouwen als een agenda waarin voor 3 jaar de thema’s worden vastgelegd waarop de EU zal inzetten.

Het huidige werkplan zet in op doping, wedstrijdvervalsing, het economische belang van sport, goed bestuur en human resources in de sport.

Een overzicht van de voorbije, en het huidige EU Werkplan vind je hieronder terug:

EU Werkplan 2011-2014

EU Werkplan 2014-2017

EU Werkplan 2017-2020

EU Werkplan 2021-2024

De Raad van Europa

De Raad van Europa heeft de voorbije decennia een uitgebreide expertise opgebouwd op het gebied van sport. Met internationale verdragen zoals:

Hiermee hebben de lidstaten van de Raad van Europa meermaals internationaal het voortouw genomen.

 

Vlaanderen is via België ook lid van EPAS (Enlarged Partial Agreement on Sport), een samenwerkingsverband van de Raad van Europa rond sport met 37 leden.