Wat is de aanleiding van het de hele problematiek in verband met de mogelijke schadelijke effecten op de gezondheid van sporten op kunstgras

Op 6 oktober 2016 deed een Nederlandse reportage (ZEMBLA) die de mogelijke gezondheidsrisico's van sporten op kunstgrasvelden aankaartte heel wat stof opwaaien. De meeste kunstgrasvelden worden namelijk bestrooid met rubberkorrels die gemaakt zijn van gerecycleerde autobanden, het zogenaamde SBR-granulaat. In de reportage wordt gesteld dat in de gebruikte rubbergranulaten kankerverwekkende stoffen aanwezig zijn die zouden kunnen vrijkomen. Het gaat dan vooral over polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s). Deze zouden kunnen worden opgenomen door de mens. In een tweede reportage van ZEMBLA van 15 februari 2017 presenteert men de resultaten van proeven met zebravisjes en zebravisembryo’s die zijn blootgesteld aan water waarin rubberkorrels hebben gelegen. Men toont aan dat er naast de kankerverwekkende PAKs, ook andere stoffen in het rubbergranulaat aanwezig zijn die mogelijks een toxisch effect kunnen hebben.

Rond deze problematiek heeft het European Chemical Agency (ECHA) een overkoepelend onderzoek uitgevoerd dat van start ging in juni 2016 en werd afgerond in februari 2017. Hieronder vindt u meer info over dit onderzoek.

Waarom worden deze rubberkorrels gebruikt?

Deze korrels worden gebruikt als toplaag van kunstgrasvelden om bijvoorbeeld brandwonden te voorkomen bij slidings.

Hoeveel kunstgrasvelden zijn er in Vlaanderen?

Er zijn 306 kunstgrasvelden die geregistreerd staan in de databank van Sport Vlaanderen. Op die velden wordt hoofdzakelijk voetbal gespeeld. In die sport komt het probleem het meest voor. Ook andere sporten maken gebruik van kunstgras (vb. tennis, hockey, …). Kunstgrasvelden winnen de laatste jaren aan populariteit omdat ze zoveel voordelen bieden. Ze zijn multifunctioneel en je kan er onder alle weersomstandigheden op spelen.

kunstgrasveld02.jpg

Is het gebruik van rubber als instrooimateriaal toegestaan in Vlaanderen?

Ja, rubber als instrooimateriaal is toegestaan door het VLAREMA besluit van 17 februari 2012:

 

Onderafdeling 5.3.6.  - Voorwaarden voor het gebruik van rubbergranulaat van gerecycleerde afvalbanden als instrooimateriaal in kunstgrasvelden

Art. 5.3.6.1. Rubbergranulaat dat afkomstig is van de recyclage van afvalbanden mag als instrooimateriaal worden gebruikt in kunstgrasvelden onder de voorwaarden, vermeld in deze onderafdeling.

Art. 5.3.6.2. De kunstgrasvelden moeten worden aangelegd op een onderlaag die duidelijk herkenbaar gescheiden wordt van de onderliggende bodem die van nature aanwezig is. Het kunstgrasveld en de onderlaag worden zo ontworpen dat de uitloging van schadelijke stoffen in de bodem maximaal wordt voorkomen. De minister kan normen vastleggen voor de uitloging van schadelijke stoffen uit het kunstgrasveld en de onderlaag. De minister kan ook termijnen vastleggen waarbinnen bestaande kunstgrasvelden moeten voldoen aan de uitlogingsnormen.

Art. 5.3.6.3. De kunstgrasvelden, ingestrooid met rubbergranulaat van gerecycleerde afvalbanden, moeten altijd vrij van rottend plantenafval worden gehouden.
  Het rubbergranulaat dat verspreid raakt in de omgeving rond het kunstgrasveld, moet regelmatig worden opgeveegd en opgeruimd.

Art. 5.3.6.4. Bij vervanging van de kunstgrasmat moet worden gecontroleerd of de onderlaag nog een compacte structuur heeft. Scheurvormingen of onregelmatigheden moeten hersteld worden.
De onderlaag moet worden vervangen wanneer de belasting met schadelijke stoffen te hoog is. De minister kan hiervoor normen vastleggen
Bij afdanking van de kunstgrasvelden moeten alle componenten waaronder het rubbergranulaat, de kunstgrasmatten en de onderlaag afgevoerd worden naar inrichtingen die vergund zijn voor de verwerking van dergelijke afvalstoffen.”

Hebben alle kunstgrasvelden in Vlaanderen rubberkorrels?

kunstgrasveld.jpg

Bij sommige kunstgrasvelden is een infill niet vereist, zoals bijvoorbeeld bij watergedragen hockeyvelden. Een alternatief voor rubberkorrels zijn korrels gemaakt van kurk. Maar bij het overgrote deel van de kunstgrasvelden in Vlaanderen gebruikt men rubbergranulaten. Er bestaan geen exacte gegevens over welke infill op de verschillende locaties wordt gebruikt.

Is er in het verleden al onderzoek gedaan naar het gebruik van rubber en mogelijke gezondheidsrisico’s?

De laatste 10 jaar zijn over dit onderwerp meer dan 20 internationale studies en rapporten gepubliceerd.

 

Uit alle tot nu toe beschikbare studies blijkt dat het grootste risico van rubber de uitloging van zink betreft. Dit kan men ondervangen door bij de realisatie van de velden in de technische eisen van de rubber de DIN-18035-7-norm op te leggen.

 

Geen enkel van de rapporten kan voldoende aantonen dat kunstgrasvelden waarbij rubbergranulaat wordt gebruikt, een gevaar inhouden voor de gezondheid van de spelers.

Wat houdt de DIN-18035-7-norm in?

Dit is op dit ogenblik de meest gebruikte norm in Europa. Binnen de DIN-normering zijn limietwaarden over de aanwezigheid van zware metalen (waaronder zink) opgelegd, waaraan de rubbergranulaten moeten voldoen. In deze DIN-normering zijn weliswaar geen limietwaarden opgelegd rond de omstreden PAK’s. Bepalingen over deze PAK's vind je terug in de Europese Reach-verordening.

Wat is deze REACH verordening?

REACH is een verordening van de Europese Unie die is aangenomen om de mens en het milieu beter te beschermen tegen de risico's die chemische stoffen kunnen inhouden en tegelijkertijd het concurrentievermogen van de chemische industrie in de EU te verbeteren. Hierin staan onder andere regels vastgelegd over het gebruik van PAK’s.

Wat zijn de resultaten van het onderzoek van het ECHA?

Deze studie moet alle gevaarlijke stoffen (waaronder PAK’s) in rubbergranulaten die gemaakt zijn van “end-of-life” autobanden identificeren die een mogelijk risico vormen voor de gezondheid van de mens. De risico’s die worden geëvalueerd zijn: contact met de huid, oraal (inclusief inslikken van rubberen korrels) en inademing. Het rapport met de resultaten werd einde februari 2017 gepubliceerd en werd besproken binnen de Europese Commissie. Het ECHA oordeelt dat er 'zeer weinig reden tot zorg' is bij het gebruik van gerecycleerd rubber op kunstgrasvelden waarop gesport wordt. Een evaluatie van de beschikbare onderzoeken naar de gezondheidseffecten van gerecycleerd rubber op kunstgrasvelden wijst uit dat het risico voor sporters, inclusief kinderen en mensen die de velden aanleggen, heel laag is. In haar rapport suggereert ECHA wel om de huidige Europese normen bij te stellen zodat er minder kankerverwekkende stoffen (PAK's) voorkomen in de rubberkorrels.

In de Verenigde Staten liep een gelijkaardig onderzoek dat wordt gevoerd door het US Environmental Protection Agency (US-EPA): ‘Investigation of reported cancer among soccer players in Washington State’. Omdat rubbergranulaat in de Verenigde Staten langer (sinds 1997) op voetbalvelden wordt gebruikt, kon over een langere periode worden geanalyseerd of er een verband is tussen sporten op kunstgras en het krijgen van leukemie. De conclusie hier luidt dat het verantwoord is om te sporten op kunstgrasvelden met rubbergranulaat.

 De FIFA werd eveneens betrokken en werkte samen met het ECHA en het US-EPA.

Vlaanderen heeft in het verleden zelf initiatieven opgestart om meer kunstgrasvelden te realiseren. Hoe verhouden deze zich tot de problematiek?

63 kunstgrasvelden werden via het Vlaams Sportinfrastructuurplan gerealiseerd. Enkele daarvan zijn momenteel nog in aanleg.

De Vlaamse overheid stond in voor het voeren van de gunningsprocedure voor het realiseren van deze velden. Bij de opmaak van de respectievelijke bestekken werden normen opgelegd in verband met de speltechnische eigenschappen van de velden. De opgelegde bepalingen gaan onder andere over de deeltjesgrootte, de vorm, de deeltjesvorm en de bulkdensinteit (het gewicht van de rubber per volume) van de rubberkorrels. De velden worden bij oplevering verplicht gecontroleerd op deze normeringen. De controle van deze parameters betreft geen rechtstreekse controle op de aanwezigheid van schadelijke stoffen, maar via de controle van de deeltjesgrootte van het rubber wordt bepaald hoeveel fijn materiaal aanwezig is. Het risico van inademen van stof door rubber is beperkt tot deeltjes kleiner dan 10 µm. Uit de analyses van alle kunstgrasvelden die via het Vlaamse Sportinfrastructuurplan zijn aangelegd, blijkt dat er geen deeltjes kleiner dan 0.5 mm (ofwel 500 µm) in het rubber te vinden zijn. Deze deeltjes zijn 50 keer groter dan wat ingeademd mag worden, waardoor er een laag risico is op het inademen van fijn stof.

Alle lokale besturen in wiens gemeente een kunstgrasveld met Vlaamse subsidies is aangelegd, hebben met de geselecteerde private partner een overeenkomst afgesloten met een looptijd van 10 jaar. In deze overeenkomst zijn “outputspecificaties” vastgelegd. Deze outputspecificaties zijn technische eisen waaraan de velden gedurende de looptijd van het contract moeten voldoen. De private partner is 10 jaar gebonden deze verplichtingen na te komen. Bij niet-naleving, kan hij financieel gepenaliseerd worden. In de specificaties staat bepaald dat de velden moeten voldoen aan de normering DIN-18035-7. Dit is op dit ogenblik de meest gebruikte norm in Europa.

Bij alle 63 kunstgrasvelden die aangelegd werden met de steun van Vlaanderen werden telkens rubbergranulaten van eenzelfde leverancier gebruikt. Deze leverancier heeft officieel verklaard dat alle producten in zijn gamma volledig conform zijn aan de huidige Europese REACH-norm voor mengsels. Het onderzoek van ECHA is afgerond en daaruit blijkt opnieuw dat sporten op kunstgras geen aantoonbare gezondheidsrisico’s met zich meebrengt.

Zijn de velden aangelegd in het kader van het Vlaams Sportinfrastructuurplan in regel met de vigerende REACH-verordening?

kunstgrasveld_golf.jpg

Bij alle 63 kunstgrasvelden werden telkens rubbergranulaten van eenzelfde leverancier gebruikt. Deze leverancier heeft officieel verklaard dat alle producten in zijn gamma volledig conform zijn aan de eisen die de EU REACH-regelgeving stelt.

In de Nederlandse reportage wordt er ook verwezen naar contaminatie van bandenrubber met petrochemisch afval.

In theorie is dit mogelijk bij bepaalde leveranciers, maar dit rubber zou nooit de toets op de DIN-18035-7 doorstaan. De 63 velden die via het Vlaams Sportinfrastructuurplan zijn aangelegd, voldoen aan deze DIN-norm. Hieronder vindt u een animatiefilm m.b.t. het productieproces van rubbergranulaat.

Wat met de velden die niet via het Vlaams Sportinfrastructuurplan zijn aangelegd?

Er bestaat geen overzicht over welke producten bij deze velden zijn gebruikt. Daarom wordt aan de exploitanten van de velden het advies gegeven om contact op te nemen met de leveranciers van het instrooimateriaal om na te gaan of er is voldaan aan de DIN-normering en de REACH-regelgeving.

Welke stappen werden intussen door Vlaanderen genomen en zullen er nog genomen worden?

Vlaams minister van Sport Philippe Muyters wilde de situatie ook in Vlaanderen meteen grondig onderzoeken. Sport Vlaanderen bracht de bestaande kunstgrasvelden in Vlaanderen en de bijhorende leveranciers van rubberkorrels zo goed mogelijk in kaart. Voor de 63 velden die werden gerealiseerd met steun van de Vlaamse overheid is het duidelijk: de rubberkorrels op deze velden zijn volledig conform aan de huidige wettelijke normen. Gemeentebesturen of clubs van wie het kunstgrasveld niet met Vlaamse steun werd aangelegd, kregen meteen het advies om na te gaan wie de toeleverancier van de rubberkorrels op hun veld was en om de nodige certificaten op te vragen.

Daarnaast werd bekeken welk onderzoek al gevoerd werd. Zo werd contact opgenomen met de FOD volksgezondheid en met het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) die beide een onderzoek uitgevoerd hebben naar de gezondheidsrisico’s van rubberkorrels. Eind december stelde het RIVM al dat sporten op kunstgrasvelden op basis van SBR-granulaat verantwoord is. SBR-granulaat is een mengsel van rubberen korrels die gemaakt zijn van gerecycleerde autobanden, en meteen ook de meest gebruikte basis voor kunstgras. SBR-granulaat voldoet aan alle huidige wettelijke normen, zoals de DIN-18035-7-norm en de REACH-norm. Terecht, zo stelt het onderzoek van RIVM: in dit granulaat zitten heel veel verschillende stoffen, maar deze komen slechts in zeer lage hoeveelheden uit de korrels vrij. Hierdoor is het schadelijke effect op de gezondheid praktisch verwaarloosbaar. Ook de FOD volksgezondheid kwam tot gelijkaardige besluiten en adviseerde dat geen verdere acties nodig waren.

Ondertussen liep ook een overkoepelend onderzoek vanuit het ECHA. Deze studie moest alle gevaarlijke stoffen in rubbergranulaten die gemaakt zijn van gerecycleerde autobanden identificeren die een mogelijk risico vormen voor de gezondheid van de mens. Zo ging het onderzoek na wat de mogelijke gezondheidseffecten zijn bij verschillende soorten contact: contact met de huid, oraal (inclusief inslikken van rubberen korrels) en inademing. Dit onderzoek is nu afgerond en daaruit blijkt opnieuw dat sporten op kunstgras geen aantoonbare gezondheidsrisico’s met zich meebrengt.

Toch adviseert ECHA om te overwegen de huidige REACH-norm aan te passen. Rubberkorrels moeten tot op de dag van vandaag voldoen aan de REACH-norm voor mengsels. Vlaams minister van Sport Philippe Muyters wil dan ook zo snel mogelijk duidelijkheid van de Europese Commissie of ze de normen al dan niet zullen verstrengen en in welke mate, zodat we – indien nodig – zo snel mogelijk actie kunnen ondernemen.

Resultaten RIVM onderzoek (Nederland)

Het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) concludeert in een recent rapport dat voetballen op kunstgrasvelden die zijn ingestrooid met rubberkorrels geen probleem vormt. De korrels zijn niet gevaarlijk, de risico's voor de gezondheid zijn praktisch verwaarloosbaar. Aanleiding voor het onderzoek is de maatschappelijke bezorgdheid die ontstond na de televisie-uitzending van Zembla ‘Gevaarlijk spel’ in oktober 2016.

Inschrijfmodule - Controle rubbergranulaat van uw kunstgrasveld

Intussen vond er ook intensief overleg plaats via de federatie van de autosector en de aanverwante sectoren (Traxio) met vzw Recytyre, het beheersorganisme voor afvalbanden in België. De Nederlandse collega’s van RecyBEM B.V. onderzochten, op initiatief van de sector, in Nederland ook kunstgrasvelden op rubbergranulaat. Recytyre gaat na overleg met de Vlaamse overheid stalen van rubberkorrels op voetbalvelden onderzoeken van lokale sportclubs en besturen die grasvelden hebben die niet door de overheid zijn gesubsidieerd. De verkregen methodiek van de Nederlandse collega’s van RecyBEM werd door een Vlaams toxicoloog nagekeken om de objectiviteit te garanderen.

Recytyre, die de kosten voor de onderzoeken op zich zal nemen, heeft hiervoor een website aangemaakt waar u zich kan registeren en aanmelden voor een staalname en analyse.

Wat adviseert de Vlaamse overheid, m.n. het Agentschap Zorg & Gezondheid?

Het Agentschap Zorg & Gezondheid heeft een advies omtrent het onderzoek naar PAK’s in rubbergranulaat op kunstgrasvelden geformuleerd. De conclusie luidt dat bij het interpreteren van resultaten het belangrijk is om te kijken aan welke norm getoetst moet worden.

Het grote verschil tussen de normen voor PAK’s in enerzijds mengsels en anderzijds consumentenproducten, leidt in de praktijk tot de situatie dat de norm voor PAK’s voor rubberen valdempingstegels (waar de norm voor consumentenproducten op van toepassing is) 100 à 1.000 maal strenger is dan de norm voor rubbergranulaat. Wanneer we het gebruik van rubberen tegels op speelplaatsen vergelijken met het sporten op velden ingestrooid met rubbergranulaat, dan is dit grote verschil tussen deze normen niet goed te rechtvaardigen. In Europa is momenteel discussie of er specifiek voor rubbergranulaat strengere normen ten aanzien van met name kankerverwekkende PAK’s gewenst zijn .

Op Europees vlak lijkt er consensus om het rubbergranulaat te evalueren op basis van de mengselnorm, waarbij het ECHA, maar ook het RIVM aanbevelen om deze norm te herbekijken.

Toxicologen adviseren om uit het voorzorgsprincipe te kiezen voor de strengere consumentennorm.

We verwijzen ook naar het standpunt van het RIVM dat moet bekeken worden of de voor rubbergranulaat de mengselnorm niet moet worden verlaagd. De discrepantie voor andere materialen is erg groot. De gehanteerde praktijksituatie in de ECHA-beoordeling geeft hierin richting. In deze zal de EPA-beoordeling, verwacht tegen eind 2017, een belangrijke reviewmogelijkheid geven voor het ECHA-standpunt.

Uit voorzorg, gegeven de gemaakte veronderstellingen en gedefinieerde onzekerheden in de inschatting, beveelt de ECHA enkele maatregelen aan waarmee rekening dient gehouden te worden bij het sporten op kunstvelden.

  • test de rubbersamenstelling op PAK’s,
  • communiceer over de risico’s,
  • ventileer indoor,
  • hanteer basishygiënemaatregelen voor het sporten op dergelijke velden