Lopen met een hartslagmeter

Voor beginnende sporters is een hartslagmeter geen must, maar het kan wel een grote hulp zijn bij langdurige, continue inspanningen zoals lopen en fietsen.

 

Beginnende lopers of fietsers hebben immers moeite om hun inspanningen in te schatten en zullen via de hartslagmeter sneller zien wanneer ze in het rood gaan.

 

Bij toenemende intensiteit gebruikt je lichaam immers meer energie en dus ook meer zuurstof, waardoor de hartslag stijgt. Door je hartslag te meten tijdens het lopen kan je dus heel eenvoudig de intensiteit van je training onder controle houden.

 

Het doel van je training bepaalt aan welke intensiteit je moet lopen. Wil je gewicht verliezen, dan is het best om langer te lopen aan een lage intensiteit. Aan een intensiteit van 60 tot 70% van je maximale hartslag verbrand je de meeste vetten. Indien je sneller loopt zal je lichaam meer suikers en minder vetten verbranden.

 

Behalve lichaamsinspanning zijn er nog andere factoren die je hartslag kunnen beïnvloeden: warmte, tijdstip van de inspanning, luchtvochtigheid, hoogte, stress, vermoeidheid, ziekte, medicatie en voeding.