Eetproblemen in de sport: ook in Vlaanderen?

Omdat er voor Vlaanderen geen cijfers beschikbaar waren, deed de KU Leuven in 2013 een onderzoek bij 255 Vlaamse sporters: 137 mannen en 118 vrouwen van gemiddeld 17 jaar oud.

 

Wat bleek? De resultaten van het Vlaamse onderzoek sluiten aan bij de vaststellingen uit eerder gevoerd onderzoek in andere landen. De gemiddelde Vlaamse sporter is nog ver verwijderd van een eetstoornis. Maar hij loopt wel een licht verhoogd risico ten opzichte van de gewone burger.

 

Sport Vlaanderen en de vzw Eetexpert hebben de handen in elkaar geslagen om eetproblemen en -stoornissen de sportwereld uit te helpen.

Welke eetstoornissen komen het vaakst voor?

shutterstock_102846443.jpg

Wanneer we spreken over eetstoornissen bij sporters, dan maken we een onderscheid tussen erkende eetstoornissen en ongespecifieerde voedings- en eetstoornissen.

 

Bij de erkende eetstoornissen zijn anorexia nervosa en boulimia nervosa de bekendste. Daarnaast heb je ook de eetbui-stoornis, atypische Anorexia Nervosa, subklinische Boulimia Nervosa, Purgeerstoornis, subklinische Eetbui-stoornis en Night Eating Syndrome. Al deze stoornissen worden door een dokter erkend.

 

Ook wanneer er onvoldoende informatie is om tot een duidelijke diagnose te komen en we eigenlijk niet over een 'stoornis' kunnen spreken, krijgen eetproblemen in de media een gewichtige term mee: anorexia athletica, biggarexia (Adoniscomplex, verstoorde lichaamsperceptie) en vrouwelijke sporterstriade zijn de meest voorkomende.

Risicofactoren voor een eetstoornis

Een eetstoornis ontwikkelt zich niet zomaar. Meestal is ze een gevolg van bepaalde kwetsbaarheden bij de sporter. Zoals bijvoorbeeld onzekerheid en perfectionisme. Maar ook bepaalde ‘triggers’ in de omgeving kunnen de aanleiding zijn: een moeilijke gebeurtenis (echtscheiding, sterfgeval, kindertrauma), een blessure of een minder goede prestatie bijvoorbeeld.

 

Daarnaast zijn er ook sportspecifieke factoren die een eetstoornis in de hand kunnen werken. De 'Thin is going to win'-overtuiging - hoe magerder je bent, hoe meer kans je hebt op winst - wint terrein in duursporten en bij sporten met gewichtsklassen is de druk soms groot om gewicht te verliezen of bij te komen.

Welke zijn de signalen van een eetstoornis?

Een eetprobleem herkennen is niet gemakkelijk, maar je kan wel alert zijn voor bepaalde signalen. De signalen herkennen is immers de eerste stap naar een oplossing.

 

Er bestaan veel misverstanden. Het is bijvoorbeeld belangrijk om te weten dat iemand met een eetstoornis niet altijd extreem mager is. Ook het BMI is niet altijd een goede indicator: topsporters hebben meer spiermassa dan gemiddeld. Omdat spierweefsel meer weegt dan vetweefsel, zal hun BMI hoger zijn dan bij de doorsneebevolking. Ook kan een sporter een normaal (sport)gewicht hebben, maar te kampen hebben met eetbuien. Het is dus noodzakelijk om niet alleen naar duidelijk zichtbare signalen te kijken. Maar ook naar hoe jouw (top)sporter denkt en hoe hij/zij zich gedraagt.

 

Wat zijn de signalen van een eetprobleem? Moet je enkel waakzaam zijn voor ondergewicht of zijn er meer indicatoren? En wanneer wordt het eetgedrag alarmerend?

 

Onderstaande signalen kunnen duiden op een mogelijk eetprobleem of eetstoornis. Kunnen. Herken je jezelf hierin? Heb je twijfels? Of heb je gewoon vragen? Neem dan contact op met een expert.

Lichamelijke signalen

Ernstig gewichtsverlies of -toename, frequente gewichtsveranderingen, duizeligheid, flauwvallen, droge en ruwe huid, slaapproblemen, verminderde spiermassa, haaruitval, verslechterd gebit, maag- en darmproblemen, gezwollen klieren, verslechterde wondheling, spierkrampen, vermoeidheid, buikpijn, breekbare botten, speekseltekort, verminderde weerstand, menstruatieproblemen.

Psychologische signalen

Vrees om gewicht bij te komen, obsessief bezig zijn met eten, verstoorde perceptie van lichaamsvorm en -gewicht, ontkenning van het probleem, stemmingswisselingen, verandering in persoonlijkheid, extreem hoge doelen stellen, oncontroleerbare drang om grote hoeveelheden voedsel te eten, moeilijkheden om te ontspannen, terugtrekken uit het team.

Gedragsmatige signalen

Ontwikkelen van rituelen met betrekking tot eten, niet meer eten in gezelschap, maaltijden overslaan, extreem diëten, terugtrekken van anderen, stiekem gedrag, vaak net na het eten naar het toilet gaan of verdwijnen, rusteloosheid, hyperactiviteit, wijde kleding dragen, verslaving (roken, alcohol, drugs, medicatie).

Signalen in verband met training

Veel extra trainen bovenop het trainingsschema, obsessieve drang om steeds meer te trainen, daling in prestatie ondanks de training, doortrainen bij blessures, snel koud hebben tijdens training, overbelastingsletsels, stressfracturen, minder trainen door slechte nachtrust of verminderde eetlust.

Anonieme getuigenissen van sporters

shutterstock_372699826.jpg

"Na een tijd dacht ik alleen nog maar aan diëten. Als ik dit kon volhouden wist ik dat ik in topvorm zou raken. Hoe goed of slecht de trainingen ook gingen. Elke ochtend stond ik op met het idee dat ik weer ging diëten. Dat seizoen ben ik wel een paar maal ziek geweest en ik heb eenmaal goed gepresteerd. Maar voor de rest was het zeer wisselvallig en het einde van het seizoen was er teveel aan. Ik kende alle calorieën van de producten, heb honger geleden en heb me overeten, maar eigenlijk was ik niet meer bezig met trainen en presteren." (een wielrenster)

 

"Bij de start zie ik al direct of ik kan winnen. Als mijn buik dikker is dan de anderen, weet ik al hoe laat het is. Daarom beperk ik me bij het eten, want ik weet dat hoe dunner ik ben hoe meer kans ik heb om te slagen." (een atlete)

 

"In aanloop naar het WK ging het supergoed op training. Tot stilletjesaan mijn scheenbeen meer en meer begon pijn te doen. Dit was voor mij heel moeilijk omdat ik mijn opgelegde trainingen wou afwerken en dit niet meer mogelijk was. Ik begon me heel onzeker te voelen, maar bleef me toch optrekken aan het idee dat een selectie mogelijk was. Op stages was het moeilijk omdat andere sporters konden doorgaan en ik maar één training kon afwerken. Op dat moment klampte ik me nog meer vast aan mijn voedingsschema en ging minder eten om de verloren training te compenseren. Uiteindelijk ging het na een tijd niet meer om trainen of de blessure te laten genezen, maar enkel nog om minder te eten om de verloren training te compenseren." (een atlete)

 

"Ik wil er echt niet te vet uitzien. De shortjes die we dragen tijdens de match zijn heel strak en het ziet er niet uit als mijn short spant. Wanneer ik me te vet voel, ga ik wat minder eten en soms doe ik dit wel een heel seizoen." (een volleybalspeelster)

Hulp of advies nodig?

Herken je sommige van de signalen of lijken de getuigenissen op wat je zelf ervaart?

 

Heb je nood aan een gesprek met een sportpsycholoog die goed thuis is in de uitdagingen van topsport, ook op vlak van eetgedrag, zelfbeeld en uiterlijk? Of heb je voedingsadvies nodig en weet je niet waar naartoe? Neem dan contact op met Sofie Debaere en zij zal je naar de juiste persoon doorverwijzen. 


Wil je contact opnemen met een psycholoog die thuis is in bemoeilijkt eetgedrag, negatief zelfbeeld en verlammend perfectionisme, dan kan je terecht bij secretariaat@eetexpert.be.

 

Ben je nog niet klaar om er met iemand over te praten? Dan kan je ook terecht op volgende websites:

 

Informatie op websites, hoe goed ze ook zijn, geeft je geen zekerheid. Als je een aantal van de elementen herkent, kan je het best een inschattingsgesprek plannen bij een psycholoog. Daarin kan je al je vragen voorleggen en kunnen jullie samen ontdekken of er überhaupt een probleem is.

Terug naar boven