Intro

Als (top)sporter ben je bezig met je jezelf, je sport en je omgeving. Dit gaat natuurlijk ook gepaard met ideeën en gevoelens die hiermee te maken hebben. Hierover vind je enkele getuigenissen met extra uitleg (de getuigenissen zijn sterk aangepaste beschrijvingen van persoonlijke getuigenissen van sporters!).

Diëten

Na een tijd dacht ik alleen nog maar aan diëten. Als ik dit kon volhouden wist ik dat ik in topvorm zou geraken. Hoe goed of slecht de trainingen ook gingen. Elke ochtend stond ik op met het idee dat ik weer ging diëten. Dat seizoen ben ik wel een paar maal ziek geweest en ik heb een maal goed gepresteerd. Maar voor de rest was het zeer wisselvallig en het einde van het seizoen was er teveel aan. Ik kende alle calorieën van de producten, heb honger geleden en heb me overeten, maar eigenlijk was ik niet meer bezig met trainen en presteren’. (Wielrenster)

 

Te ver!

Door constant je focus te leggen op het moeten diëten, wordt het niet-eten een doel op zich in plaats van een middel om beter te sporten of te presteren. Trainen en plezier kunnen verdwijnen. En door te weinig energie in te nemen of door soms teveel te eten, gaat jouw lichaam ook niet meer gezond functioneren. Je bent sneller moe en ziek, je voelt je niet altijd goed in jouw vel, jouw trainingen kunnen minder vlot lopen, blessures treden sneller op. Hierdoor wordt trainen, sporten en het dagelijks leven minder leuk. Het kan zelfs volledig jouw leven overnemen.

Mijn lichaam

‘Ik weet dat een sporter er afgetraind moet uitzien om te presteren. Als ik dan naar mijn benen kijk vind ik ze veel te dik en niet strak genoeg. Hiermee kan ik zeker niet winnen! Het liefst heb ik geen vet op mijn benen en dat ik de spieren zie. Daarom eet ik nu wat minder. Dit gaat me zeker helpen om beter te presteren!’ (Triatlete)

 

Te ver!

Als sporter is het normaal dat je jouw lichaam beoordeelt en dat je kijkt naar de vorm en de gespierdheid ervan. Dit wordt dikwijls gekoppeld aan een beoordeling over jouw conditionele situatie op dat moment. Hoewel de vorm en gespierheid belangrijke factoren voor prestaties zijn, geven ze toch niet goed weer hoe je getraind hebt en wat jouw echte conditie is. Dus opgepast met oordelen over conditie op basis van jouw uiterlijk. Zeker ook oppassen dat er niet te weinig energie wordt opgenomen. Je voelt je misschien beter, maar trainingen en prestaties worden sterk beperkt.

Ik ben dun dus ik win

‘Als ik aan de start sta van de koers zie ik dat mijn benen meer aders hebben dan mijn concurrenten. Ja, dit geeft me veel meer kans om te winnen!’ (Wielrenner)

‘Bij de start zie ik al direct of ik kan winnen. Als mijn buik dikker is dan de anderen, weet ik al hoe laat het is. Daarom beperk ik me bij het eten, want ik weet dat hoe dunner ik ben hoe meer kans ik heb om te slagen.’ (Atlete)

 

Te ver!

Het idee ‘Ik ben dun, dus ik win!’ is een heel gangbaar idee in de sportwereld. Toch is het een gevaarlijk idee. Lage gewichten en lage vetpercentages maken het in topsport mogelijk om net dat extraatje beter te doen. Hier sluipt echter ook een enorm gevaar. Wanneer je zeer weinig energie opneemt en hier steeds op focust, wordt jouw lichaam minder trainbaar. Het is mogelijk dat je sneller geblesseerd of ziek geraakt. En je wordt prikkelbaarder. Het kan zo ver evolueren dat er nog enkel focus is op dun zijn en bijna niet meer op trainen.

Controle

‘Het besef dat ik mijn eten kon controleren, gaf me een enorm gevoel. Dit in tegenstelling tot de onzekerheid die ik had in mijn sport. Het was steeds de vraag of ik wel in de ploeg stond. Door mijn eten te controleren was er toch iets waar ik zeer goed in was.’ (hockeyspeelster)

 

Te ver!

Onzekerheden doen soms snakken naar zekerheden en succes. Door jouw voeding extreem te controleren heb je in het begin misschien wel een goed gevoel, maar dit kan uit de hand lopen. Het zoeken naar meer controle kan de overhand nemen en je ondervoedt jouw lichaam. Dit leidt uiteindelijk zeker tot mindere prestaties.

Overeten

‘Na een fietstraining heb ik meestal geen honger. Maar daarna krijg ik zoveel honger. Ik leg me dikwijls op maar 1 bord te eten en dit lukt wel, maar daarna wil ik soms meer en meer eten. Ik kan dan niet van de chips of chocolade afblijven en eet zoveel totdat mijn maag pijn doet. Achteraf voel ik me wel schuldig, omdat ik me dan afvraag waar dat weer goed voor was. Soms ga ik dan wat extra kilometers rijden de dag erna om de energie kwijt te raken. (wielrenster)

 

Te ver!

Niet kunnen stoppen met eten komt vaak voor bij (top)sporters. Je verbruikt veel energie en jouw lichaam geeft dit ook aan. In combinatie met niet lekker in je vel zitten kan dit ervoor zorgen dat je je op bepaalde momenten overeet. Zelfs totdat je er je slecht bij voelt. Achteraf voel je je ook schuldig omdat je niet kon stoppen met eten. Dit kan enerzijds jouw leven overnemen, anderzijds kunnen lichamelijke problemen zoals mineraaltekorten en tandbederf bij braken voorkomen.’

Over eenzaamheid en verveling

‘Daar zit ik dan op mijn kot op mijn eentje. Tussen mijn medespeelsters is het altijd plezant maar zodra ik op mijn kot zit (op een dag zonder training), voel ik me zo alleen. Ik eet dan altijd chocolade, dan voel ik me terug goed. Mijn gewicht is wel sterk gestegen de laatste tijd, maar mijn trainer en medespeelster mogen niet weten dat het van de chocolade komt.' (volleybalspeelster)

 

Te ver!

Je vervelen of je alleen voelen komt zeker voor. Soms vind je de oplossing in veel en snel eten. Tijdens het eten geeft dit een goed gevoel maar achteraf voel je je schuldig of belabberd. Zoeken naar andere oplossingen dan eten is belangrijk als sporter om om te gaan met verveling of eenzaamheid.

Niets lukt op dit moment

‘Het is midden in het seizoen en de eerste wedstrijden zijn gezwommen. Mijn tijden zijn een ramp, de feeling van het water ben ik kwijt en deftig van een starblok springen lukt ook niet. Daarenboven zijn de examens ook gepasseerd en ben ik er maar door op één van de drie examens. Niets lukt op dit moment! Als ik er iets van wil maken moet ik het perfect doen. Ik ga beginnen met perfect te eten. Ik heb er alles voor over’. (zwemmer)

 

Te ver!

Wanneer de trainingen niet goed vlotten en de prestaties blijven uit, willen sporters dikwijls een tandje bijsteken. Dit is normaal wanneer je ambitieus bent. Dikwijls wordt er ook getracht een beter voedingspatroon na te streven om de ambities waar te maken. Een regelmatig voedingspatroon met voldoende energie en een brede voedingskeuze is hiervoor noodzakelijk. Wanneer de focus echter zo sterk op het voedingspatroon wordt gelegd als ultiem redmiddel voor een seizoen, kunnen er tekorten ontstaan en kan het nastreven van een topvoedingspatroon uit de hand lopen. Uiteindelijk lukt er niets meer, voel je je nog slechter en soms is het ook het einde van de sportcarrière.

 

Geblesseerd

‘In aanloop naar het WK ging het supergoed op training. Tot stilletjes aan mijn scheenbeen meer en meer begon pijn te doen. Dit was voor mij heel moeilijk omdat ik mijn opgelegde trainingen wou afwerken en dit niet meer mogelijk was. Ik begon me heel onzeker te voelen, maar bleef me toch optrekken aan het idee dat een selectie mogelijk was. Op stages was het moeilijk omdat andere sporters konden doorgaan en ik maar één training kon afwerken. Op dat moment klampte ik me nog meer vast aan mijn voedingsschema en ging minder eten om de verloren training te compenseren. Uiteindelijk ging het na een tijd niet meer om trainen of de blessure te laten genezen, maar enkel nog om minder te eten om de verloren training te compenseren.’ (Atlete)

 

Te ver!

Een blessure is dikwijls een breekpunt waarbij je niet altijd goed weet hoe je het moet aanpakken. Bij een blessure weet je ook niet altijd wat de uitkomst gaat zijn. Gaat het genezen en hoe lang gaat het duren? Op dat moment is de kans ook groot dat minder eten een houvast wordt aangezien het controle geeft. Maar dit leidt dikwijls enkel maar tot een langere revalidatieperiode en het gevoel nog meer controle nodig te hebben. Soms is te weinig energie opnemen ook een aanleiding van het onstaan van een blessure.

Mijn coach pusht me!

‘Ik had een coach die ongelooflijk goed was, maar ook heel hard was. Wou ik goed worden, moest ik keer op keer mijn sprongen herhalen. Ik kreeg ook dikwijls te horen dat mijn billen nog iets te dik waren en dat de jury hier zeker minder punten door gaven. Soms kreeg ik ook te horen wanneer een sprong mislukte, dat het kwam door mijn gewicht. Na een tijd begon ik meer te focussen op mijn gewicht omdat ik van nature uit al wat onzeker was. Daarna begon ik meer gewicht te verliezen. Persoonlijk weet ik dat ik het zelf gedaan heb, maar de druk van mijn coach heeft toch iets in gang gezet.’ (Schoonpringster)

 

Te ver!

Bij sporters die onzeker zijn of heel perfectionistisch kan de extra druk van de coach ervoor zorgen dat er meer en soms ook op een negatieve manier wordt gefocust op voeding en lichaam. Dit kan ertoe leiden dat er minder wordt gegeten en dat kan je leven gaan overnemen. Goed communiceren met de coach of trainer is enorm belangrijk om problemen te voorkomen.

Ik voel me altijd bekeken!

‘Ik wil er echt niet te vet uitzien. De shortjes die we dragen tijdens de match zijn heel strak en het ziet er niet uit als mijn short spant. Wanneer ik me te vet voel, ga ik wat minder eten en soms doe ik dit wel een heel seizoen.’ (volleybalspeelster)

 

Te ver!

Je bekeken voelen door strakke sportkledij (shortjes, topjes) kan een aanleiding zijn om je niet goed in je vel te voelen. Je gaat je meer focussen op wat en hoeveel je eet en hoe je vindt dat je eruit ziet. Door constant het gevoel te hebben bekeken te worden, kan dit je leven ook wel overnemen.

Mijn sport = mijn identiteit

‘Sport is altijd een belangrijk onderdeel geweest in mijn leven. Zolang ik me kan herinneren doe ik aan sport. Ik ga ervan uit dat iets bereiken enorm belangrijk is voor mij omdat ik perfectionistisch ben in hetgeen ik graag doe. Als junior deed ik mee aan internationale kampioenschappen en behaalde ik zelfs een gouden medaille. Het gaf me veel vertrouwen en het gaf me het gevoel dat ik speciaal was. Het gaf aan wie ik was.’

Het leven van een topsporter wordt vaak (vanaf vrij jonge leeftijd) gedomineerd door sport. Vaak zien we dat succes en prestaties de jonge topsporter een goed gevoel geven en hem of haar zelfzekerder maakt. Hij of zij krijgt ook waardering en goedkeuring vanuit de omgeving. Hoewel deze sportprestaties het zelfwaardegevoel vaak positief beïnvloedt, houdt het ook risico’s in: er lijkt een keerzijde te zijn aan de medaille.

Het gevaar schuilt er in dat je als sporter alles inzet op de sport en prestatie en alle andere zaken onderdrukt. Hierdoor kan de identiteit heel eenzijdig en fragiel worden. Het kan op termijn een soort keurslijf worden, waarbij moet gepresteerd worden om het zelfwaardegevoel in stand te houden. Mindere prestaties, een blessure, negatieve feedback op training of een wedstrijd kunnen als een bedreiging voor het positief zelfbeeld worden ervaren. Precies omdat je als sporter helemaal opgeslorpt wordt door je sport en zelfbeeld, vaak vooral beïnvloed door prestaties, raak je verstrikt in een vicieuze cirkel. Prestaties moeten het zelfbeeld in stand houden, waardoor de focus op prestaties vergroot en er nog meer gaat geïnvesteerd worden in de sport (meer trainen). Hierdoor wordt het zelfbeeld nog eenzijdiger (nog minder tijd om ook positieve ervaringen op te doen buiten de sport), de sport gaat een nog meer centrale positie innemen, waardoor het zelfbeeld nog meer afhankelijk wordt van prestaties.

Het is dan ook zeer gevaarlijk wanneer de omgeving aangeeft dat ‘enkele kilo’s verliezen’ de sportprestaties zou kunnen verbeteren. Een sporter wiens zelfbeeld vooral afhankelijk is van zijn prestaties zal dan ook alles in het werk stellen om die kilo’s eraf te krijgen, met alle mogelijke negatieve gevolgen van dien…

'Op een gegeven moment had ik een nieuwe coach die het zeker goed met me voorhad en zeer professioneel werkte. Hij gaf ook aan wat we moesten doen en eten. We moesten ook alles bijhouden in een computerprogramma, wat ik zeer goed opvolgde. Stap voor stap werden de sportieve doelen bijgesteld en dat gaf wel wat druk. Op een bepaald moment gaf hij ook aan dat ik goed trainde maar dat het misschien beter ging gaan met wat minder gewicht. Het was de eerste keer dat ik dit hoorde en de goede feedback die ik steeds kreeg van mijn coach ging voor mij compleet verloren. Ik voelde me schuldig en beschaamd zowel voor mijn ouders als mijn coach. De reden dat het niet ging was niet mijn trainer maar mijn lichaam. Ik had meer en meer het gevoel dat het ging om de vorm van mijn lichaam en ging me daar dan ook zeer sterk op richten.' (Gymnaste)

 

Te ver!

Bij deze sporter zien we een aantal kwetsbaarheidsfactoren die in samenspel met de opmerking van de coach ertoe hebben geleid dat deze sporter zich meer en meer begon te focussen op haar gewicht en lichaamsvormen. Kwetsbaarheidsfactoren zijn: perfectionisme (het volhardend streven om betere prestaties neer te zetten), een fragiel gevoel van zelfwaarde (de identiteit of het zelfbeeld van de sporter werd vooral bepaald door haar prestaties), de wil om de coach te plezieren, het respect en geloof in de coach, gevoeligheid voor de blik en het oordeel van anderen, de angst om niet goed genoeg te zijn voor anderen.

De weegschaal

'Op een moment stond ik wel vier maal per dag op de weegschaal: zowel voor als na de ochtendtraining als voor en na de avondtraining. Als ik na de training zwaarder was, werd ons gezegd dat we niet voldoende hadden getraind. Op dat moment begon ik te experimenteren met mijn gewicht. Ik at heel weinig in de ochtend, at nog een beetje na de training, maar drinken deed ik bijna nooit om geen gewichtstoename te hebben. De trainingen gingen dikwijls niet goed, maar ik kon mijn gewicht op deze manier wel houden. Ik had het idee dat ik hiermee heel goed kon trainen hoewel ik eigenlijk niet veel vooruitgang meer boekte.'

 

Te ver!

Een laag gewicht is een belangrijke factor om te kunnen presteren. Maar een laag gewicht is vaak nefast om goed te kunnen trainen. En goed kunnen blijven trainen is een belangrijkere factor om vooruitgang te boeken en succes te hebben. Een goed evenwicht tussen energie opnemen om te kunnen trainen en trachten een stabiel competitiegewicht te vinden is zeer moeilijk, maar wel de juiste weg. Er vanuit gaan dat je goed hebt getraind omdat je minder weegt, klopt niet.