Uitgangspunten

We reiken je graag enkele uitgangspunten aan hoe je als coach, trainer, sportbegeleider, ... op een positieve en duurzame manier kan omgaan met het lichaam en de voeding van jouw (top)sporter. Zo kan je de kans op een eetproblematiek bij jouw topsporters verkleinen.

Gezondheid troef: stel verbeteren van gezondheid centraal, niet de weegschaal

  • Indien je een gezonde levensstijl aanhoudt en promoot volgt een gezond gewicht vanzelf. Zeker gezien het energieverbruik van sporters. Vermijd dan ook de focus op gewicht!
  • Een ideale (top)sporter heeft een gezonde geest in een gezond lichaam
  • Vaardigheden en mentale kracht maken winnaars
  • Jouw (top)sporter is meer dan een getal op de weegschaal. Probeer het belang van het gewicht in zijn brede context van sportprestaties te zien. En tracht als trainer, coach of sportbegeleider zelf niet te concentreren op het gewicht. Dan zal jouw (top)sporter dit ook minder doen.

Eten als middel: geef groeigerichte voedingsadviezen

  • Een (top)sporter wil goed voor zichzelf zorgen: zijn/haar lichaam is zijn/haar werktuig. Het moet dus ook krijgen wat het nodig heeft. Niet meer, maar ook niet minder!
  • ‘Zorgen voor het lichaam' staat voor zorgen voor een goed eetpatroon, kwalitatieve voeding, goed voelen en flexibiliteit:
  • Goed eetpatroon = telkens eten na een periode van twee à drie uur
  • Kwaliteit = waarmee kan je je lichaam verwennen, wat met mate?
  • Goed voelen = harmonie met jouw leven: een eigen stijl, gewoontes en het maken van sociale uitjes
  • Flexibiliteit = wanneer eten bij competitie? Wat met periodisering over seizoenen heen?
  • Probeer zelf zo weinig mogelijk dieetadvies te geven aan jouw (top)sporter. Verwijs hiervoor door naar een gespecialiseerde diëtist binnen de sportcontext.

Tip: welk rolmodel ben jij voor jouw (top)sporter? Geef zelf het goede voorbeeld!

Gewicht en uiterlijk: leg geen nadruk op figuur en uiterlijk, wel op groei

  • Gewichtsfeedback geef je best alleen als het absoluut noodzakelijk is (bvb. bij teveel of te weinig focus door jouw (top)sporter)
  • Een gewichtsmeting verloopt best respectvol en groeigericht: "Voor jou betekent dit…"
  • Veralgemeen niet, iedereen is verschillend
  • Indien wegen een noodzakelijk onderdeel uitmaakt van jouw sport hou je er best rekening mee dat een gewichtsmeting allerlei reacties kan uitlokken. Probeer alert te zijn voor de reactie van jouw (top)sporter na een weging. Indien je merkt dat hij/zij vreemd reageert (negatief, afwijzend, geschrokken, stil), ga je hier best op in en probeer je na te gaan hoe hij/zich zich voelt.
  • Jonge sporters in hun puberteit zijn zeer gevoelig voor hun veranderende lichaam. Zeker indien zij het gevoel hebben dat hun veranderende lichaam hun sportprestaties in de weg kan zitten. Wees hiervoor alert! Zelfs een onschuldige opmerking kan door puberende (top)sporters als negatief begrepen worden.
  • Help bij de opbouw van een positief lichaamsbeeld: ieder lichaam is anders, ook al is de lengte hetzelfde. Vergelijken met anderen helpt niet. Integendeel, de (top)sporter moet in harmonie zijn met zijn/haar eigen lichaam.

Welbevinden en zelfvertrouwen: werk positief zelfwaarde versterkend

  • Geef procesgerichte feedback in plaats van persoonsgerichte:

Voorbeeld: "Je backhand-techniek is veel verbeterd" (procesgericht) vs. "Jij ben een goede tennisser" (persoonsgericht)

  • Zorg maximaal voor de basisnoden bij het leerproces: verleen voldoende autonomie (keuzevrijheid) aan jouw (top)sporter, waak over de verbondenheid (authentieke relatie en vertrouwensrelatie opbouwen) en probeer met jouw feedback het gevoel van competentie bij jouw (top)sporter te bevorderen!
  • Begeleid jouw (top)sporter: vermijd vergelijkingen met anderen en help jouw (top)sporter zich te concentreren op de aspecten van de sport waar hij/zij plezier aan beleeft.
  • Buig zelfkritische gedachten om: wanneer jouw (top)sporter te kritisch is over zijn/haar eigen prestaties, laat je hem/haar zich beter concentreren op wat wel goed was
  • Stimuleer jouw (top)sporter om ook voldoende te investeren in sociale contacten of activiteiten buiten de sport. Dit zal ervoor zorgen dat het zelfvertrouwen van jouw (top) sporter niet enkel en alleen afhankelijk is van zijn/haar prestaties. Het is belangrijk dat jouw (top)sporter zich ook goed voelt buiten de sport!

Je vermoedt een eetprobleem: verder trainen of niet?

Eerst behandelen!

Het kan op een bepaald punt nodig zijn om een grondige analyse van de gezondheid van jouw (top)sporter te maken alvorens er verdergetraind kan worden. Bij ernstige problemen kan dit punt snel bereikt worden. Hiervoor treed je best in overleg met de andere begeleidende teamleden zoals de sportarts, kinesist, sportpsychoog en/of diëtist. De uiteindelijke beslissing om een sporter te laten verder trainen of opnieuw te laten starten na een behandeling is het resultaat van multidisciplinair overleg.

Het herstel van een eetstoornis is een proces dat tijd nodig heeft. De behandeling ervan is niet eenvoudig en het kan nodig zijn om een hospitalisatie te overwegen. De therapie legt de nadruk op gewichtstoename, de reductie van schadelijk gedrag en het veranderen van de perceptie die de (top)sporter over zichzelf en anderen heeft.

De therapie legt naast het gewicht veel nadruk op het veranderen van negatief, irrationeel denken. Als trainer, coach of sportbegeleider doe je er goed aan om de (top)sporter niet uit het team te zetten. Of om het contact te verbreken. Dit kan als een straf aangevoeld worden door de (top)sporter. Of hij/zij kan zich in de steek gelaten voelen.

Herbeginnen?

Om te beslissen of een (top)sporter met een eetprobleem/eetstoornis na de behandeling al dan niet terug mag starten met trainen, moeten een aantal factoren bekeken worden. In volgorde van belangrijkheid zijn deze:

 

1. Medische stabiliteit

Een eetstoornis gaat gepaard met heel wat medische complicaties, zoals dehydratatie, verstoorde elektrolytenbalans, hartritmestoornissen, osteoporose, verhoogde kans op blessures en vertraagd herstel na een blessure. De sportarts (en eventueel de fysiotherapeut) moet dus zeker zijn dat de (top)sporter medisch en fysiek stabiel is. De training mag geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengen.

 

2. Evenwichtig voedingspatroon

De (top)sporter moet in staat zijn een gezond eetpatroon te behouden. Ook moet hij/zij zijn/haar gewicht en voedselinname stabiel kunnen houden. Daarnaast moet hij/zij ook kunnen voldoen aan de specifieke noden van zijn/haar lichaam. Tenslotte moet de (top)sporter kunnen tegemoet komen aan de specifieke voedingsnoden die gepaard gaan met training.

 

3. Afwezigheid van eetstoornis-symptomen

Ongezonde strategieën om gewicht te verliezen, zoals extreem lijngedrag, braken of laxeermiddelen gebruiken en overmatig trainen (buiten de geplande trainingen) wijzen op een onvoldoende herstel van de eetstoornis.

 

4. Controleerbaarheid van stressoren

De terugkeer naar de sportwereld mag geen overbodige stress veroorzaken. Als de terugkeer problemen op ander domeinen van het leven van de (top)sporter vergroot, is er ook een sterkere kans op herval. Ga na wat de (top)sporter nodig heeft om met deze stressoren om te kunnen. Het blijft belangrijk om het effect van het hervatten op het psychisch welzijn van de (top)sporter te monitoren.

 

Het inschatten van al deze factoren gebeurt in een multidisciplinair team! Dit team bestaat uit een arts, klinisch psycholoog/psychiater, voedingsdeskundige en bewegingsdeskundige of fysiotherapeut. Het multidisciplinair team kan ook in overleg gaan met de teamarts maar mag geen informatie doorgeven zonder de toestemming van de (top)sporter.

Indien de (top)sporter medisch stabiel is en hij/zij reageert goed op de behandeling, zal in de meeste gevallen gewerkt worden aan een geleidelijke terugkeer. Dit zal samengaan met een geleidelijke verbetering (in tegenstelling tot een complete genezing) van de problematiek. Dit houdt ook in dat evaluatie van de toestand van de (top)sporter niet eenmalig zal zijn maar op regelmatige tijdstippen opnieuw plaats zal vinden. Dat moet je duidelijk communiceren. Ook moet duidelijk zijn wat van de (top)sporter verwacht wordt, welke regels er zijn en op wie hij/zij beroep kan doen voor ondersteuning.