De voedingsdriehoek wijst je de weg

Gezond eten: wat is dat nu precies? In de media verschijnen zoveel tegenstrijdige berichten dat je op den duur het bos door de bomen niet meer ziet. Daarom verzamelde het Vlaams Instituut Gezond Leven alle kennis over gezonde voeding – wat krijgt de voorkeur, wat beperk je beter – in de voedingsdriehoek.

voedingsdriehoek.png

Uitgangspunten van de voedingsdriehoek

Een voedingspatroon dat rijk is aan plantaardige en weinig of niet-bewerkte voedingsmiddelen is de gezondste keuze. Bovendien draagt het bij tot het verduurzamen van onze consumptie. Vandaag eten veel mensen enerzijds te weinig plantaardige voedingsmiddelen (zoals groenten, fruit, volle granen…) en anderzijds te veel vlees en ultrabewerkte producten waarvan de voedingswaarde niet in balans is. In onze westerse maatschappij hebben we bovendien de neiging om meer te eten dan nodig is en meer te kopen dan we op kunnen – met gezondheidsproblemen en voedselverspilling tot gevolg.

 

De voedingsdriehoek in kleur

Bovenaan de driehoek staat de categorie ‘water’.

Water drinken is vooral belangrijk om de vochtbalans in stand te houden en krijgt daarom een aparte plaats bovenaan. Water is de beste keuze qua drank, maar ter afwisseling kan ook gekozen worden voor thee of koffie (bij voorkeur zonder toevoeging van suiker).

 

De voedingsdriehoek zelf is onderverdeeld in drie categorieën. De kleuren van de verschillende delen zijn een weergave van de aangetoonde effecten op de gezondheid.

  • Donkergroen

Dit zijn voedingsmiddelen van plantaardige oorsprong, met een gunstig effect op de gezondheid: groenten, fruit, volle granen en aardappelen, maar ook peulvruchten, noten en zaden, plantaardige oliën (en andere vetstoffen rijk aan onverzadigde vetzuren). Probeer zoveel mogelijk de weinig of niet-bewerkte versie te kiezen.

  • Lichtgroen

Dit zijn voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong met een gunstig, neutraal of onvoldoende bewezen effect op de gezondheid: vis, yoghurt, melk, kaas, gevogelte en eieren. Kies ook hier voor de weinig of niet-bewerkte variant.

  • Oranje

Dit zijn voedingsmiddelen van dierlijke of plantaardige oorsprong die bij hoge consumptie een ongunstig effect kunnen hebben op de gezondheid: rood vlees, boter, kokos- en palmolie (vetstoffen rijk aan verzadigde vetzuren). Deze producten bevatten wel nog enkele nuttige voedingsstoffen, bijv. ijzer in rood vlees, vetoplosbare vitaminen in boter.

  • Rood = restgroep

Een vierde, rode categorie staat los van de driehoek. Dat zijn ultrabewerkte producten waaraan heel wat suiker, vet en/of zout is toegevoegd en waarvan het ongunstige gezondheidseffect werd aangetoond. Ze kunnen van dierlijke of plantaardige oorsprong zijn: bereide vleeswaren, frisdrank, alcohol, snoep, gebak, snacks, fastfood… En ze zijn overbodig in een gezond voedingspatroon. Je eet of drinkt ze dan ook best niet vaak en in kleine porties.

Tips voor een gezond leven

De drie grondslagen van de voedingsdriehoek (Eet in verhouding meer plantaardige dan dierlijke voeding; Vermijd ultrabewerkte voeding zoveel mogelijk; Verspil geen voeding en matig je consumptie) vormen de basis voor tien Gezond Leven tips. Zo willen we jou bewustmaken van gezonde voeding en je motiveren om er zelf mee aan de slag te gaan.

  1. Neem plantaardige producten als basis voor elke maaltijd
  2. Beperk je inname van producten met dierlijke oorsprong
  3. Drink vooral water
  4. Kies zo weinig mogelijk voor ultrabewerkte producten
  5. Varieer en zoek alternatieven
  6. Eet op vaste tijdstippen en samen met anderen
  7. Eet bewust en met mate
  8. Pas je omgeving aan
  9. Werk stapsgewijs
  10. Geniet van wat je eet!

Eten en sporten?

Moet je extra eten wanneer je gaat sporten?

Wie minder dan een uur loopt, hoeft geen extra voeding te voorzien. Ga je langer dan een uur sporten, dan is dat wel een goed idee. Ideaal om wat extra suikers en koolhydraten binnen te krijgen, zijn bananen of rozijnen, een koekje of een mueslireep. Die leveren immers onmiddellijke energie.

 

Na je inspanning moet je er natuurlijk wel voor zorgen dat je reserves opnieuw worden aangevuld. Zorg dat je voldoende drinkt. Een boterham met confituur of een rijstwafel zijn ideaal om je koolhydraten en eiwitten weer op peil te krijgen.

Moet je vlak voor het sporten eten?

Twee tot vier uur voor je begint te sporten, dat is eigenlijk het beste moment om te eten. De koolhydraten die je energie geven, hebben immers een tijdje nodig om in het bloed opgenomen te worden.

 

Wil je je energieniveau tijdens het sporten nog wat verhogen, dan kan je tot een uur voor je gaat lopen of fietsen nog een stuk fruit of een boterham eten.

Terug naar boven