Wat kan je doen om risico's te verminderen?

Eén van de moeilijkheden bij eetproblemen in de (top)sport is dat verschillende van de risicofactoren ook factoren zijn die aanwezig zijn bij succesvolle, gezonde sporters. Denk maar aan gedrevenheid en zelfcontrole. Wie elke dag vroeg opstaat, verscheidene uren traint en gezonde voedingskeuzes maakt, beschikt ongetwijfeld over een sterke gedrevenheid en een grote mate van zelfcontrole.

 

Er is niet één grote ‘oorzaak’ waardoor een sporter een eetstoornis ontwikkelt. Het is een samenspel van allerlei factoren die op elkaar inwerken. Mensen die dagelijks met (top)sporters bezig zijn kunnen wel helpen om verscheidene risico's te verkleinen.

1. Communiceer op de juiste manier met je sporter

  • Geef procesgerichte in plaats van persoonsgerichte feedback. Zo vergroot je zijn zelfwaarde. Bijvoorbeeld: “De manier waarop je dit deed was goed!” in plaats van “Je doet dat altijd goed.”
  • Ga respectvol om met de gevoelens van jouw sporter, zeker als het gaat over zijn lichaam.
  • Bouw een vertrouwensrelatie op met je sporter. Geef aan dat hij moeilijkheden met je kan bespreken en vraag of je mogelijke problemen met hem kan of mag aankaarten.
  • Geef elke sporter evenveel aandacht. Let erop dat je niet enkel aandacht geeft aan degene die goed presteert.
  • Vergelijk de prestaties van je sporter in de eerste plaats met zijn vorige prestaties en evolutie, niet met die van anderen.
  • Moedig je sporter aan om het juiste evenwicht te zoeken tussen training en vrije tijd. Een training missen door onvoorziene omstandigheden is geen ramp.
  • Leer jouw sporter ook kennen buiten de sport. Geef niet alleen aandacht aan zijn prestaties, maar ook aan de persoon.
  • Jonge sporters zijn gevoelig voor het gedrag van mensen waar ze naar opkijken. Gebruik (top)sporters met een gezond gewicht als rolmodel.

2. Stel gewicht niet centraal in je begeleiding

Het ideale prestatiegewicht van een (top)sporter verschilt van persoon tot persoon. Er is geen vooropgesteld gewicht, dieet of lichaamsvetpercentage waar alle (top)sporters naar moeten streven. Ook is het gewicht dat een persoon kan bereiken afhankelijk van genetische kenmerken. Het idee dat een lichaam ‘maakbaar’ is en dat iedereen dezelfde maten kan bereiken, is onjuist. Een goed prestatiegewicht hangt niet enkel af van het aantal kilo’s. De (top)sporter moet zich fit en gezond voelen.

 

Zorg ervoor dat je sporter zich daarvan bewust is en stel zijn gewicht niet centraal in de begeleiding. Een goed prestatiegewicht is geen doel op zich. Het is het gevolg van een gebalanceerde training en een gezonde levensstijl. Een goede techniek en mentale kracht zijn zeker zo belangrijk om te winnen.

 

Zorg voor de juiste begeleiding bij eventuele weegmomenten, want die kunnen allerlei reacties uitlokken. Leg uit wat het nut is van de gewichtsinformatie. Geef jouw (top)sporter de kans om te weigeren of om gewogen te worden zonder dat hij het gewicht ziet. Laat ook ruimte om de gewichtsinformatie privé te houden.

 

Je geeft best zo weinig mogelijk kritiek op het gewicht of de lichaamsbouw van een (top)sporter. Veel beter is om je sporter aan te moedigen om zorg te dragen voor zijn lichaam. Geef aandacht aan gezonde voeding, gepaste snacks om het trainen te ondersteunen en voldoende drinken, en laat voedingsschema's opmaken door een sportdiëtist of een sportarts. Raad extreme of onregelmatige diëten, zoals bijvoorbeeld vet- of koolhydraatarme diëten, af, en fixeer je niet op het vertpercentage.

3. Pas op voor overtraining

Sporten gaat in de eerste plaats om plezier maken en je fit en gezond voelen. Wanneer de competitiedrang zo groot wordt dat het de gezondheid van de sporter schaadt, hij niet meer herstelt van blessures en zichzelf niet meer kan aanvaarden zoals hij is, verliest sporten zijn nut.

 

Stel daarom grenzen. Moedig je sporter aan om ook 'een leven’ uit te bouwen naast de sport. Dat geeft hem een vangnet bij tegenslagen in de sport en maakt hem/haar minder kwetsbaar voor bijvoorbeeld het ontwikkelen van een eetprobleem.

 

Leg uit wat overtraining is, leg uit wat het belang van slaap en rust is en volg blessures nauwgezet op. 

Hoe benader je een sporter met een mogelijk eetprobleem?

Wanneer je een sporter met een eetprobleem benadert, is het belangrijk om strikt maar ondersteunend te zijn.

 

  • Benader jouw sporter zonder omstaanders. Het gesprek is vertrouwelijk.
  • Zorg ervoor dat je voldoende tijd vrijmaakt voor het gesprek.
  • Benader hem met warmte en zorgzaamheid.
  • Vermijd kritiek of beoordeling.
  • Benadruk dat jij en andere teamleden bezorgd zijn om hem en zijn gezondheid.
  • Geef in eerste instantie aan dat jij en het team zich zorgen maken, benoem pas in tweede instantie het eetprobleem en -gedrag.
  • Benoem concreet gedrag. Ga na of jouw sporter zich herkent in wat je zegt. Benoem wat je ziet, bvb. "Ik zie dat je niet mee-eet tijdens de lunch" of "Ik zie dat je heel gespannen bent bij het weegmoment".
  • Zorg goed voor jullie contact: jouw (top)sporter heeft een probleem, hij is geen probleem.
  • Benadruk ook zaken die wel goed gaan.
  • Geef het advies om contact op te nemen met een professional en wijs erop dat de informatie die met die persoon wordt uitgewisseld, vertrouwelijk is.
  • Respecteer de keuze van jouw (top)sporter, ook als die beslist om niet meteen hulp te zoeken. Blijf in dat geval wel jouw bezorgdheid uiten.
  • Doe geen uitspraken als: “Je ontgoochelt me als je geen hulp zoekt”, “Je zou mij een plezier doen als je hulp zoekt”, “Als je geen hulp zoekt zal dat negatieve gevolgen hebben voor jouw training bij mij”. Probeer jouw sporter te motiveren om iets aan het eetprobleem te doen.
  • Praat niet alleen, maar wees vooral bereid om te luisteren naar de antwoorden van jouw sporter.
  • Ga niet in discussie wanneer je sporter de problemen ontkent of minimaliseert. Probeer er respect en begrip voor op te brengen.
  • Probeer tijdens het gesprek steeds het perspectief van jouw (top)sporter in te nemen: waarom vertoont jouw (top)sporter dit gedrag? Waarom heeft hij dit eetgedrag ‘nodig’?

 

Sommige sporters zullen openlijk erkennen dat er een probleem is en hulp verwelkomen. Vele anderen zullen het probleem daarentegen ontkennen en weigeren hulp te zoeken. Het belangrijkste is om jouw sporter duidelijk te maken dat je je zorgen maakt.

 

Wanneer jouw sporter ontkent dat er een probleem is, kan het helpen om de nadruk te leggen op de symptomen die hij zelf als hinderlijk ervaart. Zo zal het gewicht op zich meestal geen grote hindernis vormen, maar het tekort aan energie wel. Ook duizeligheid en de grote kans op blessures zullen hinderlijk zijn voor jouw sporter.

 

Wie een eetprobleem heeft, is meestal minder bezig met de gevolgen op de lange termijn. Concentreer je daarom op de hinderlijke symptomen die hij nu al ervaart.

 

Als jouw sporter niet wil praten over het probleem of je ziet jezelf niet als de meest geschikte persoon, dan kan je een sportarts, sportpsycholoog of sportdiëtist inschakelen om het eerste gesprek te voeren. Bij de behandeling van een eetprobleem of -stoornis is het noodzakelijk dat er een arts bij betrokken wordt.

 

Zorg ervoor dat je verantwoordelijkheid ook niet te groot wordt. Het behandelen van een eetprobleem of -stoornis is de verantwoordelijkheid van experts.

 

Zoek je een sportpsycholoog die goed thuis is in de uitdagingen van topsport, ook op het vlak van eetgedrag, zelfbeeld en uiterlijk? Dan neem je het best contact op Els Snauwaert.

 

Heb je voedingsadvies nodig? Dan neem je het best contact op met onze diëtist/voedingsspecialist Jonas Vanbekbergen. Hij is gespecialiseerd in voedingsadvies voor topsporters.



Wil je contact opnemen met een psycholoog die thuis is in verstoord eetgedrag, negatief zelfbeeld en verlammend perfectionisme, dan kan je terecht bij secretariaat@eetexpert.be.

Doorgaan met trainen of niet?

Het herstel van een eetstoornis is een proces dat tijd nodig heeft. Als trainer, coach of sportbegeleider doe je er goed aan om de sporter niet uit het team te zetten. Of om het contact te verbreken. Hij/zij kan dat als een straf aanvoelen. Of hij/zij kan zich in de steek gelaten voelen. Maar is het wel een goed idee om door te gaan met trainen?

 

Zo lang de behandeling nog niet gestart is, kan er van trainen geen sprake zijn. De uiteindelijke beslissing om een sporter te laten verder trainen of opnieuw te laten starten na een behandeling is het resultaat van multidisciplinair overleg. Overleg met sportarts, kinesist, sportpsychoog en/of diëtist is absoluut noodzakelijk.

   

Om te beslissen of een (top)sporter met een eetprobleem of een eetstoornis al dan niet opnieuw mag trainen, moeten een aantal factoren bekeken worden:

  1. De training mag geen gezondheidsrisico's inhouden. De sportarts moet zeker zijn dat de sporter medisch en fysiek stabiel is.
  2. De sporter moet in staat zijn een gezond en stabiel eetpatroon te behouden.
  3. De symptomen van de eetstoornis moeten verdwenen zijn.
  4. De terugkeer naar de sportwereld mag geen overbodige stress veroorzaken, want dat vergroot de kans op herval.

 

Het inschatten van al die factoren gebeurt in een multidisciplinair team dat bestaat uit een arts, klinisch psycholoog of psychiater, voedingsdeskundige en bewegingsdeskundige of fysiotherapeut. Het team kan ook overleggen met de teamarts, maar het mag geen informatie doorgeven zonder de toestemming van de sporter.

 

Als de sporter medisch stabiel is en hij/zij reageert goed op de behandeling, dan is een geleidelijke terugkeer naar de sport mogelijk. Op die manier kan de toestand van de sporter op regelmatige basis geëvalueerd worden. Sowieso moet  er te allen tijde duidelijk zijn wat er van hem/haar verwacht wordt en op wie hij/zij een beroep kan doen voor ondersteuning.

 

 

Terug naar boven