Naast de Vlaamse sportfederaties en de koepelorganisatie VSF heeft de Vlaamse overheid in het decreet van 10 juni 2016 ook financiële ondersteuning voorzien voor de zogenaamde organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding (OSV).

Een organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding is een vzw die is samengesteld uit een of meer verenigingen die de sportieve vrijetijdsbesteding beoefenen binnen dezelfde vrijetijdscluster.

De organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding (OSV)

Een vrijetijdscluster is een verzameling van aanverwante sportieve vrijetijdsbestedingen. We onderscheiden er vier:

  1. Traditionele Vlaamse volksspelen: activiteiten, met hoofdzakelijk een sociale dimensie en met een traditie in Vlaanderen, die levenslang beoefend kunnen worden;
  2. Internationale volkssporten: activiteiten met hoofdzakelijk een sociale dimensie, die een uitgesproken internationaal karakter hebben, waarbij de klemtoon ligt op het aspect concentratie;
  3. Dierenhobby’s: activiteiten waar bij de beoefening omgegaan wordt met een of meer dieren, waarbij de zorgplicht voor het milieu wordt behartigd, en waarbij de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren wordt gerespecteerd;
  4. Luchtactiviteiten: activiteiten die beoefend worden in de lucht met behulp van mechanisch materiaal in combinatie met lichamelijke vaardigheden;

De voorwaarden om als OSV erkend te worden

  1. De organisatie moet opgericht zijn als vzw en moet beantwoorden aan de vzw-wet van 27 juni 1921;
  2. In de statuten van de organisatie moet vermeld worden dat alle verenigingen die een actieve werking binnen een vrijetijdscluster kunnen aantonen, kunnen toetreden tot de organisatie;
  3. De organisatie moet een benaming hebben die representatief en overkoepelend is voor de betreffende vrijetijdscluster;
  4. De werking, de statuten en het huishoudelijk reglement van de organisatie:
    1. moeten in overeenstemming zijn met het decreet van 24 juli 1996 tot vaststelling van het statuut van de niet-professionele sportbeoefenaar;
    2. moeten in overeenstemming zijn met het decreet van 20 december 2013 inzake gezond en ethisch sporten;
    3. moeten in overeenstemming zijn met het Antidopingdecreet van 25 mei 2012;
    4. mogen de sportparticipatie niet verhinderen;
    5. moeten de principes en de regels van de democratie aanvaarden, het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden en het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind onderschrijven;
  5. De zetel van de organisatie moet in Vlaanderen of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad zijn;
  6. De organisatie moet via haar aangesloten verenigingen ten minste vijfhonderd sportieve vrijetijdsbeoefenaars vertegenwoordigen. De Vlaamse Regering bepaalt de gegevens, waaronder persoonsgegevens, die in het ledenbestand minimaal moeten worden opgenomen, waaronder een uniek identificatienummer. Met het oog op deze unieke identificatie kunnen de organisaties voor sportieve vrijetijdsbesteding, haar aangesloten verenigingen en hun eventuele clubs hiertoe het rijksregisternummer opvragen en bewaren in het ledenbestand;
  7. De organisatie moet geleid worden door een algemene vergadering en een raad van bestuur waarin de aangesloten verenigingen op representatieve wijze vertegenwoordigd zijn;
  8. De organisatie moet op zelfstandige wijze de financiën beheren en haar eigen beleid bepalen. De Vlaamse Regering bepaalt de aspecten waaruit de zelfstandigheid moet blijken;
  9. De burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de organisatie, haar bestuurders, haar personeel en haar aangestelden, vermeld in artikel 1382 tot en met 1386 van het Burgerlijk Wetboek, moet door een verzekering gedekt worden;
  10. De organisatie moet ook verzekeringspolissen afsluiten om de sportieve vrijetijdsbeoefenaars die ze vertegenwoordigt, te beschermen. De Vlaamse Regering bepaalt de minimumvoorwaarden waaraan deze verzekeringspolissen moeten voldoen;
  11. De organisatie moet ook verzekeringspolissen afsluiten om de occasionele sportieve vrijetijdsbeoefenaars die deelnemen aan sportpromotionele acties, te beschermen. De Vlaamse Regering bepaalt de minimumvoorwaarden waaraan deze verzekeringspolissen moeten voldoen;
  12. De organisatie moet jaarlijks het door de algemene vergadering goedgekeurde financiële verslag en het werkingsverslag van het voorbije werkingsjaar bij het agentschap Sport Vlaanderen indienen, en ervoor zorgen dat alle gegevens die verband houden met de erkenningsvoorwaarden, in het hoofdkantoor of het secretariaat van de organisatie in het Nederlands voorhanden zijn. Die moeten ook ter beschikking gesteld worden voor onderzoek door Sport Vlaanderen.

De opdrachten van een OSV

Om in aanmerking te komen voor subsidies moeten een organisatie voor sportieve vrijetijdsbesteding de volgende opdrachten uitvoeren voor alle vrijetijdsbeoefenaars van de aangesloten verenigingen:

  1. informatie over de cluster in kwestie verzamelen en verspreiden, en kwalitatieve dienst- en adviesverlening aanbieden;
  2. de sportieve vrijetijdsbesteding van de cluster in kwestie promoten;
  3. fungeren als centraal aanspreekpunt voor de aangesloten verenigingen, de sportieve vrijetijdsbeoefenaars die ze vertegenwoordigt, en de Vlaamse overheid;

 

Daarnaast moet de organisatie voor sportieve vrijetijdsbesteding op zelfstandige wijze de financiën beheren en een eigen onafhankelijk beleid voeren.

 

  1. Ze moet over een eigen secretariaat beschikken dat duidelijk kan worden onderscheiden van elke andere vereniging;
  2. Ze moet haar eigen activiteitenprogramma bepalen en uitvoeren;
  3. Ze moet over een eigen post- of bankrekening beschikken;
  4. Ze moet een eigen communicatiebeleid voeren;

Subsidie

De subsidies voor de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding bestaan uit:

  • een algemene werkingssubsidie van minstens 37.000 euro ter ondersteuning van de personeels- en werkingskosten;

Afhankelijk van het aantal sportieve vrijetijdsbeoefenaars die ze vertegenwoordigt, wordt de algemene werkingssubsidie verhoogd met:

  1. 25.000 euro, als de organisatie minder dan 2000 sportieve vrijetijdsbeoefenaars vertegenwoordigt;
  2. 37.000 euro, als de organisatie 2000 tot en met 4999 sportieve vrijetijdsbeoefenaars vertegenwoordigt;
  3. 62.000 euro, als de organisatie 5000 tot en met 9999 sportieve vrijetijdsbeoefenaars vertegenwoordigt;
  4. 75.000 euro, als de organisatie 10.000 tot en met 14.999 sportieve vrijetijdsbeoefenaars vertegenwoordigt;
  5. 87.000 euro, als de organisatie 15.000 of meer sportieve vrijetijdsbeoefenaars vertegenwoordigt.

 

Voor de uitvoering van de beleidsfocus laagdrempelig sportaanbod of de beleidsfocus innovatie kunnen ze een aanvullende subsidie krijgen.

Administratieve verplichtingen

Om de subsidies te ontvangen dient de OSV een aantal administratieve verplichtingen na te komen.

 

Beleidsplan

  • financieel en organisatorische planning
  • invulling van de opdrachten

 

Jaarlijks verslag

  • werkingsverslag incl. evaluatie van beleidsplan via effectmeting
  • financieel verslag

Boekhouding

  • cfr. regels van het dubbelboekhouden
  • analytische toewijzing van de kosten aan de opdrachten


Minstens één VTE (personeel) in dienst hebben met minimale diplomavoorwaarden
Databestand van de sportieve vrijetijdsbeoefenaars bijhouden cfr. bepaalde regels (bijlage 4 van het besluit).

Alle gedetailleerde info vind je in het decreet.