Sinds het Verdrag van Lissabon van 2009 is sport ook formeel een bevoegdheid van de Europese Unie geworden. Door het sportbeleid van lidstaten aan te vullen, te ondersteunen en op elkaar af te stemmen wil de EU sport een Europese dimensie geven.

 

Elke zes maanden vergaderen de Europese ministers van Sport in het kader van de Raad van de Europese Unie. Daar nemen de ministers werkplannen voor 3 jaar aan. Het EU Werkplan voor Sport legt een aantal prioriteiten vast waarrond lidstaten en sportorganisaties expertise verzamelen en delen. Het huidige werkplan zet in op doping, wedstrijdvervalsing, het economische belang van sport, goed bestuur en human resources in de sport.

 


De Raad van Europa heeft de voorbije decennia een uitgebreide expertise opgebouwd op het gebied van sport. Met internationale verdragen zoals de Anti-doping Conventie, de Conventie Supportersgeweld en de Conventie Wedstrijdvervalsing hebben de lidstaten van de Raad van Europa meermaals internationaal het voortouw genomen.

 

Eind 2014 opende de Raad van Europa de Conventie in de strijd tegen wedstrijdvervalsing. Dit nieuwe en bindende instrument wil op nationaal en internationaal niveau de samenwerking versterken in de strijd tegen match-fixing.

 

Vlaanderen is via België ook lid van EPAS, een samenwerkingsverband van de Raad van Europa rond sport met 37 leden.

shutterstock_410277469.jpg

De Europese Week van de Sport

In 2015 organiseerde de EU voor het eerst de Europese Week van de Sport. Een sensibiliseringsactie die nieuwe en bestaande initiatieven rond sport, bewegen en gezondheid verzamelt in een grote Europese promotiecampagne. Ook Vlaamse organisaties kunnen eraan deelnemen: in Vlaanderen is de Europese Week gekoppeld aan de Maand van de Sportclub die we in samenwerking met ISB en VSF organiseren. In 2016 ging de Europese Week van de Sport van start op 10 september.