Nieuw wetsvoorstel en advies Raad van State

Er ligt sinds 8 juli 2020 een nieuw wetsvoorstel op tafel in het federaal parlement, waarbij het de bedoeling was om het verenigingswerk te behouden vanaf 1 januari, weliswaar onder andere voorwaarden.

 

Om tegemoet te komen aan de opmerkingen van het Grondwettelijk Hof, zijn er een aantal wijzigingen t.o.v. de huidige wet:

  • De inkomsten worden niet langer volledig (para)fiscaal vrijgesteld. Het wetsvoorstel omvat de heffing van een sociale bijdrage van 10% op de inkomsten.
  • Het wetsvoorstel voorziet in een betere bescherming van de verenigingswerker. Zo worden er onder andere regels voorzien met betrekking tot het werkrooster, rustpauzes en opzeg. Bovendien geldt er een verplichte rustperiode van ten minste 11 opeenvolgende uren tussen prestaties op twee verschillende kalenderdagen 
  • Er wordt een limiet gesteld aan het aantal uren verenigingswerk per maand: maximaal 50 uren verenigingswerk per maand, gemiddeld en te respecteren over een periode van één jaar.

De zaken die behouden blijven zijn o.a.:

  • de voorwaarde dat verenigingswerkers minstens 4/5de moeten tewerkgesteld zijn in het kader van een professionele hoofdactiviteit tenzij het om een gepensioneerde gaat;
  • een plafond van 6.000 euro aan vergoedingen per kalenderjaar (intussen al geïndexeerd, en zal jaarlijks geïndexeerd worden);
  • een plafond van 500 euro aan vergoedingen per maand voor alle functies, maar met de mogelijkheid om via een KB het maximale maandbedrag opnieuw te verhogen, zoals voor sport het geval was naar max. 1.000 euro per maand;
  • geen minimumvergoeding;
  • de lijst van activiteiten.
  • uitdrukkelijk uitsluiting van het toepassingsgebied van diverse arbeids- en socialezekerheidsrechtelijke wetten.

 

In het federale regeerakkoord (30/9/2020) komt verenigingswerk uitdrukkelijk aan bod.

 

Ondertussen gaf de Raad van State  op 9 oktober een negatief advies op het huidige wetsvoorstel. Of verenigingswerk dus nog mogelijk zal zijn vanaf januari 2021 is niet duidelijk.

 

Hieronder enkele elementen die mogelijk aangepast moeten worden:

  • de Raad van State betwijfelt of het voorstel wel tegemoetkomt aan de Grondwettelijk Hof vastgestelde problemen in het licht van het gelijkheidsbeginsel;
  • de Raad van State oordeelt dat een minimumvergoeding noodzakelijk is die de drempels van de forfaitaire kostenvergoeding voor vrijwilligers overstijgt;
  • de Europese en internationale regelgeving leggen minimumeisen vast op het vlak van de bescherming van arbeid van werknemers waarin een ruimere invulling wordt gegeven aan bepaalde arbeids- en sociaalrechtelijke begrippen, waardoor ook  het verenigingswerk volgens de Raad van State onder die minimumeisen vallen. Of de voorziene voorwaarden die bescherming bieden voldoende zijn, moet verder onderzocht worden;
  • wat de lijst van activiteiten betreft zal meer verantwoording moeten worden verstrekt.

 

Zodra er meer nieuws is, passen we onze website aan.              

Wetgeving vernietigd door Grondwettelijk Hof

Het Grondwettelijk Hof heeft op 23 april 2020 de wet onbelast bijverdienen vernietigd die verenigingswerk mogelijk maakte. Het Hof oordeelt dat de regeling op verschillende punten in strijd is met het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie.

De regeling van onbelast bijverdienen is volgens het arrest discriminerend doordat verenigingswerkers volledig onttrokken worden aan de arbeidswetgeving (geen minimumvergoeding per prestatie, geen beperking in tijd, geen verplichtingen voor pauzes, rustperioden, geen beperkingen van opeenvolgende contracten, geen bescherming bij het einde van de overeenkomst…). Die regelgeving geldt wel voor de werknemers die dezelfde activiteiten uitoefenen met een arbeidsovereenkomst.  

De regeling van onbelast bijverdienen is volgens het Hof discriminerend doordat verenigingswerkers in het kader van onbelast bijverdienen zijn vrijgesteld van fiscale en sociale bijdragen, in tegenstelling tot werknemers die dezelfde activiteiten uitoefenen.

Volgens het Hof bestaat voor de verschillende regelgeving t.o.v. die voor werknemers geen redelijke verantwoording.

 

Het systeem blijft wel nog overeind voor prestaties geleverd t.e.m. 31 december 2020.

 

De Minister van Sport, VSF, ISB en Sport Vlaanderen beseffen dat de non profit sportsector jaren heeft gewacht op dergelijk statuut en dat er intussen veel gebruik van wordt gemaakt. Met het verenigingswerk was het eindelijk mogelijk om met een beperkte administratie een billijke prestatievergoeding uit te betalen. Zoals uit het verleden duidelijk is gebleken, is vrijwilligerswerk voor bijvoorbeeld (gekwalificeerde) trainers geen afdoende oplossing. Voor deze groep mensen, die een maatschappelijk belangrijke taak uitoefenen, valt men zonder het verenigingswerk zonder werkbaar alternatief.

 

Ondanks dat het om federale regelgeving gaat, wil Sport Vlaanderen graag actief meewerken om tot een snelle en concrete oplossing te komen.

 

Hieronder kan je de regeling omtrent verenigingswerk terugvinden, deze geldt nog voor prestaties geleverd t.e.m. 31 december 2020.

Verenigingswerk versus betaalde arbeid en vrijwilligerswerk

De afgelopen decennia is er gepleit voor een statuut van de trainer, via semi-agorale arbeid of het vrijetijdswerk. Ondertussen is het verenigingswerk in werking getreden als onderdeel van het onbelast bijverdienen.

 

Dit is een statuut tussen betaalde arbeid en vrijwilligerswerk, waardoor een particulier onbelast kan worden vergoed voor het uitvoeren van prestaties. Het grote verschil met het verenigingswerk is het gratis engagement van een vrijwilliger die niet vergoed wordt voor het leveren van prestaties maar enkel een kostenvergoeding kan ontvangen.

Vanaf wanneer kan je onbelast bijverdienen?

Vanaf 15 juli 2018 kan je onbelast bijverdienen in de non-profitsector en kunnen ook sportbegeleiders, scheidsrechters, juryleden enz… vergoed worden via het statuut verenigingswerk.

Voor wie is het statuut verenigingswerk bedoeld?

Als je je in je vrije tijd inzet voor een sportclub of andere vereniging en je voldoet aan onderstaande voorwaarden, heb je recht op een vergoeding:

  • Je werkt minstens 4/5*
  • Je werkt als zelfstandige in hoofdberoep
  • Je bent gepensioneerd

*Tussen 12 en 9 maanden voorafgaand aan de startdatum van het verenigingswerk

Welke organisaties kunnen beroep doen op het verenigingswerk?

  • een feitelijke vereniging
  • private of publieke rechtspersoon die noch rechtstreeks noch onrechtstreeks een vermogensvoordeel uitkeert of bezorgt aan de stichters, de bestuurders of enig andere persoon

Welke activiteiten komen in aanmerking voor verenigingswerk?

Voor de sportsector gaat het om de volgende taken en functies: 

  • Animator, leider, monitor of coördinator die sportinitiatie en/of sportactiviteiten verstrekt
  • Sporttrainer, sportlesgever, sportcoach, jeugdsportcoördinator, sportscheidsrechter, jurylid, steward, terreinverzorger-materiaalmeester, seingever bij sportwedstrijden
  • Conciërge van sportinfrastructuur
  • Hulp en ondersteuning bieden op occasionele en kleinschalige basis op het vlak van het administratief beheer, het bestuur, het ordenen van archieven of het opnemen van een logistieke verantwoordelijkheid bij activiteiten in de sportsector
  • Hulp bieden op occasionele of kleinschalige basis bij het opstellen van nieuwsbrieven en andere publicaties evenals websites in de sportsector
  • Verstrekker van opleidingen, lezingen, presentaties en voorstellingen over culturele, artistieke en maatschappelijke thema's in de sportsector

Welke vergoeding kan je krijgen?

Je hebt recht op een fiscale en sociale vrijstelling tot 6.340 euro per jaar en maximaal 528,33 euro per maand (bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd, dit zijn de bedragen voor 2020).

 

Je kan een hogere vergoeding tot maximaal 1.056,66 euro per maand (jaarlijks geïndexeerd) krijgen, zonder daarbij het jaarplafond van 6.340 euro te overschrijden, voor de volgende activiteiten:

  • Animator, leider, monitor of coördinator die sportinitiatie en/of sportactiviteiten verstrekt
  • Sporttrainer, sportlesgever, sportcoach, jeugdsportcoördinator, sportscheidsrechter, jurylid, steward, terreinverzorger-materiaalmeester, seingever bij sportwedstrijden

In dat bedrag zijn alle onkosten (bv. vervoer) inbegrepen.

De maximale vergoeding geldt voor de drie pijlers van het onbelast bijverdienen samen: verenigingswerk, diensten van burger aan burger en activiteiten in de deeleconomie.

Wat moet je doen?

  • Je moet je activiteiten vooraf registreren via een online tool op www.verenigingswerk.be of www.bijklussen.be met volgende gegevens:
    • het ondernemingsnummer of een andere identificatiewijze die door het RSZ wordt bepaald
    • het rijksregisternummer van de verenigingswerker of als dit nummer niet bestaat, de naam, de voornamen, de geboorteplaats, de geboortedatum en de hoofdverblijfplaats van de verenigingswerker
    • de aanvangsdatum van de prestatie van de verenigingswerker;
    • de einddatum van de prestatie van de verenigingswerker;
    • de aard van de prestatie;
    • het bedrag van de ontvangen vergoeding voor elke prestatie.

Ondertussen werd verduidelijkt dat:

  • de aangifte aan de RSZ kan worden aangepast tot het einde van de kalenderdag of van de einddatum van de prestatie waarop ze betrekking heeft.
  • wanneer de prestatie vroeger dan voorzien eindigt, de aangifte kan worden gewijzigd tot het einde van de kalenderdag waarop ze werd beëindigd.
  • die aangifte geannuleerd kan worden  uiterlijk op het einde van de kalenderdag waarop ze betrekking had indien de voorziene prestaties niet uitgevoerd werden.
  • De organisatie waar je voor werkt moet voor jou een verzekering afsluiten (verzekering burgerlijke aansprakelijkheid en een verzekering lichamelijke ongevallen).
  • Er moet een overeenkomst verenigingswerk worden afgesloten tussen de twee partijen over minstens: het type dienst, de duurtijd van de dienst en de vergoeding. Je moet hiervoor verplicht de modelovereenkomst gebruiken die de wet als bijlage voorziet. Bij Koninklijk Besluit is er een model van de standaardovereenkomst voor het verenigingswerk bepaald.
  • Er moet een beleid ter bevordering van het welzijn van de verenigingswerkers worden uitgestippeld. De koning kan dit verder bepalen.

Wat zijn de beperkingen?

  • Verenigingswerk is niet mogelijk bij je werkgever of opdrachtgever (voor zelfstandigen), tot 1 jaar na het beëindigen van de arbeidsovereenkomst, aannemingsovereenkomst. Uitzondering:
    • Studenten
    • Gepensioneerden
    • Personen die via de 25 dagen-regel ingeschakeld werden (art. 17 RSZ-KB)
  • Verenigingswerk mag niet bij dezelfde vereniging waar je vrijwilligerswerk doet, tenzij voor het vrijwilligerswerk geen onkostenvergoeding wordt toegekend of het om een andere periode gaat.
  • Verengingswerk mag niet ter vervanging van een personeelslid zijn dat 1 jaar voor de start van het verenigingswerk actief was.

Meer weten?

Via de website van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid www.verenigingswerk.be vind je alle informatie over het statuut ‘onbelast bijverdienen’, alsook de te gebruiken modelovereenkomst. Met vragen kan je steeds contact opnemen met het Contactcenter van de RSZ.

 

De Vlaamse Sportfederatie ondersteunt en informeert sportfederaties en (via Dynamo Project) sportclubs verder bij de toepassing van dit statuut. Meer informatie vind je op de website www.vlaamsesportfederatie.be/verenigingswerk