Stand van zaken verenigingswerk - artikel 17 RSZ-KB

Het verenigingswerk werd deels in artikel 17 (de vroegere 25-dagenregeling), dat werd aangepast, geïntegreerd. ‘Verenigingswerkers’ vallen vanaf 1 januari 2022 niet meer onder een apart statuut, het zijn occasionele werknemers waarop een aantal uitzonderingen op sociaalrechtelijk en fiscaal vlak van toepassing zijn.

 

 

Een arbeidsovereenkomst dient afgesloten te worden.

 

Om onder artikel 17 te kunnen werken, moet een arbeidsovereenkomst worden afgesloten. Dat betekent ook dat de arbeidsrecht, het welzijnsrecht en de arbeidsongevallenwetgeving moet worden gerespecteerd.  

 

Bij deze nieuwe regeling is geen hoofdberoep meer vereist.

 

De werknemer heeft recht op een minimumloon of op de barema’s van het paritair comité indien voorzien.

 

Toepassingsgebied: werkgevers en functies

  • Openbare besturen
    • als verantwoordelijk leider, beheerder, huismeester, monitor of adjunct-monitor in de cyclussen voor vakantiesport tijdens de schoolvakanties, de vrije dagen of de gedeelten in het onderwijs,
    • als animator van socio-culturele en sportactiviteiten tijdens de vrije dagen of dagdelen in het onderwijs.
    • Inleidingen, voordrachten of lezingen die plaats hebben na 16 u 30 of tijdens de vrije dagen of daggedeelten in het onderwijs.
  • Openbare besturen en vzw’s of vennootschap met een sociaal oogmerk waarvan de statuten bepalen dat de vennoten geen vermogensvoordeel nastreven die vakantiekolonies, speelpleinen en sportkampen inrichten
    • de personen die zij als beheerder, huismeester, monitor of bewaker, alléén tijdens de schoolvakanties tewerkstellen
  • De door de bevoegde overheden erkende organisaties ( sportfederaties en organisaties sportieve vrijetijdsbesteding erkend door Sport Vlaanderen, sportclubs erkend door de gemeente) of organisaties die aangesloten zijn bij een erkende koepelorganisatie  (sportclubs aangesloten bij een erkende sportfederatie of sportclubs aangesloten bij een organisatie sportieve vrijetijdsbesteding) en die tot taak hebben socio-culturele vorming en/of sportinitiatie en/of sportactiviteiten te verstrekken
    • de personen die buiten hun werk- of schooluren of tijdens de schoolvakanties door deze organisaties worden tewerkgesteld als animator, leider, monitor, coördinator, sporttrainer, sportlesgever, sportcoach, jeugdsportcoördinator, terreinverzorgers-materiaalmeesters, lesgevers, coaches, procesbegeleiders buiten hun werk- of schooluren of tijdens schoolvakanties
  • De inrichters van sportmanifestaties
    • de personen die zij uitsluitend op de dag van deze manifestaties tewerkstellen, uitgezonderd betaalde sportbeoefenaars
  • De organisatoren van socioculturele manifestaties
    • de personen die ze tewerkstellen voor maximaal 32 uren, te spreiden volgens de behoeften op de dag van het evenement en 3 dagen voor of na het evenement.

 

Hoeveel uren?

  • De 25 dagen werden voor de sportsector omgezet in maximum 450 uren per jaar met een maximum per kwartaal:
    • 150u in kwartaal 1, 2 en 4
    • 285u in kwartaal 3
  • Voor de studenten die de tewerkstelling onder artikel 17 RSZ KB cumuleren met de 475u van de voordelige regeling van de studentenarbeid, gelden andere maxima:

190 uren per jaar met een maximum per kwartaal

    • 150u in kwartaal 1, 2 en 4
    • 190u in kwartaal 3

Als werknemer kan je je contingent raadplegen via een applicatie(Nieuwe venster). Vermits de aangifte vanaf 1 januari 2022 met terugwerkende kracht moet ingevoerd worden, is dat contingent nog niet correct.

 

 

 Verenigingswerkers zijn werknemers mits enkele uitzondering

  • geen recht op gewaarborgd loon voor een arbeidsongeschiktheid ingevolge een ziekte of ongeval van gemeen recht;
  • geen recht op opleiding;
  • geen loontoeslagen voor avond-, nacht- en zondagsarbeid tenzij voorzien in CAO’s;
  • geen sociale documenten opmaken (bv. C4) of bewaren zoals een aanwezigheidsregister;
  • afwijkende opzeggingstermijnen worden voorzien;
  • geen minimum 1/3de tewerkstelling vereist;
  • geen minimumuren per dag vereist.

 

 

Sociale bijdragen

 

De prestaties zijn binnen de maxima vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen voor zowel werkgever als werknemer. Er worden ook geen sociale rechten opgebouwd.

 

Zo is er geen recht op enkel/dubbelvakantiegeld – vertrekvakantiegeld.

 

Er moet geen DmfA-aangifte gebeuren.

 

 

Belastingen

 

De ‘beloning’ wordt op fiscaal vlak als diverse inkomsten gekwalificeerd.

 

Er is een belasting van 10% voor de werknemer  (20% na aftrek van 50% forfaitaire kostenaftrek).

 

Er is geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd.

 

Eventuele vergoedingen voor de verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling, de tussenkomst van de werkgever in maaltijdcheques, … maken deel uit van het bruto bedrag van het loon.

 

Kosten eigen aan de werkgever vallen  niet onder het forfait. Ze kunnen via bewijsstukken worden terugbetaald. ( bv. een verplaatsing naar een andere plaats dan de plaats van tewerkstelling volgens de arbeidsovereenkomst).

 

Voor de fiscale regeling is er wel een plafond. Wanneer het brutobedrag van de inkomsten meer bedraagt dan 3830 euro (te indexeren basisbedrag – geïndexeerd bedrag voor aanslagjaar 2022: 6390 euro), zullen die inkomsten als beroepsinkomsten (bezoldigingen) worden belast.

Dat zal ook het geval zijn als de inkomsten op basis van artikel 17 met de inkomsten uit de deeleconomie voor een bepaald kalenderjaar meer bedragen dan 3 830 euro (te indexeren basisbedrag).

Wanneer de betrokken inkomsten voor een bepaald jaar omwille van het overschrijden van het maximumbedrag als beroepsinkomsten worden belast, zal dat ook het geval zijn voor het daaropvolgende jaar.

 

 

Aangifte van prestaties

 

De prestaties moeten worden aangegeven via Dimona (Dimona S17) kwartaal per kwartaal. Maximum 15 dagen voor de start van het kwartaal is aangifte mogelijk.

 

Voor de prestaties die vanaf 1 januari 2022 geleverd werden, zullen dus met terugwerkende kracht Dimona-aangiften moeten gebeuren.

 

Het saldo van de resterende uren voor een bepaalde werknemer kan later via de tool geraadpleegd worden. Het aantal uren geldt immers over alle werkgevers heen. Voor de periode tot de tool zou de RSZ soepel zijn bij overschrijding van het aantal uren tenzij door dezelfde werkgever.

 

Release_Note_07042022_N.pdf (socialsecurity.be)

 

 

Sperperiode

 

Er is een sperperiode van 1 jaar indien de betrokkene met dezelfde werkgever/opdrachtgever verbonden was als werknemer, uitzendkracht, ambtenaar of zelfstandige met uitzondering van studenten onder de 475 uren regeling of gepensioneerden.

Dit geldt ook voor personen die het voorgaande jaar onder artikel 17 ( in 2021 uitzonderlijk uitgebreid naar 50 dagen).

 

 

Bij de overschrijding van het aantal uren/maximum bedrag

 

Wanneer de maxima per jaar of kwartaal worden overschreden, zijn er sociale bijdragen verschuldigd ( door de werkgever waar de overschrijding plaatsvond).

 

Bij studenten wordt bij overschrijding van de 190 uur, het aantal uren boven de 190 uur afgetrokken van het saldo van de 475 uur van de studentenarbeid.

 

Het loon zal als beroepsinkomsten worden aangemerkt, ook  het loon voor prestaties vóór het overschrijden van de grens geleverd voor een andere werkgever dan diegene waarbij de overschrijding plaatsvond.

 

 

Cumul inzake uitkeringen

 

Er geldt een principieel cumulatieverbod met werkloosheidsuitkeringen (met bedrijfstoeslag = brugpensioen) en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.

Ingeval de betrokkene na het sluiten van de arbeidsovereenkomst in het kader van artikel 17 en bijhorende elektronische aangifte onvrijwillig werkloos of arbeidsongeschikt wordt, wordt voorzien dat de uitkeringsgerechtigde werkloze of arbeidsongeschikte zijn lopende overeenkomst in het kader van voormeld artikel 17 kan voortzetten.

 

 

Cumul met vrijwilligerswerk

 

Er is geen cumul mogelijk op hetzelfde moment, ook niet voor een andere functie bij dezelfde werkgever/opdrachtgever.

Nota aan het overlegcomité - oktober 2021

De Vlaamse Sportfederatie en ook de Vlaamse Regering hebben een werkbare oplossing gevraagd bij de federale regering tijdens een overlegcomité. De Vlaamse Regering heeft  hierbij de nood aan een werkbare oplossing voor de sportsector opnieuw benadrukt: