Wat is toegankelijkheid?

Onze omgeving bestaat uit verschillende onderdelen. Denk aan gebouwen, buitenomgeving, producten, websites, diensten of informatie. Om te weten of die toegankelijk zijn, toets je ze af aan deze 6 B’s.

  • Betreedbaar: kan iedereen binnen? Ook als je geen trappen kan nemen?
  • Bruikbaar: kunnen mensen doen wat ze van plan zijn?
  • Bereikbaar: kan iedereen er geraken? Zonder drempels of omwegen?
  • Beschikbaar: is het er als mensen het nodig hebben?
  • Begrijpelijk: begrijpt iedereen alle informatie? Ook zonder alles twee keer te moeten lezen?
  • Bekend: kan je makkelijk vinden wat je nodig hebt?

Onze omgeving is ook een aaneenschakeling van onderdelen. En de keten is zo sterk als de zwakste schakel.

 

Is één deel niet toegankelijk? Dan is de keten onderbroken en sluit je mensen uit. Of maak je het hen moeilijk.

 

Een voorbeeld: een mooie ruime sportzaal, waarin je ook met een rolstoel vlot rond kan rijden, maar de toegangsdeur is te smal. Of een toegankelijke kleedruimte die je alleen via een trap bereikt.

En integrale toegankelijkheid?

Een integraal toegankelijke omgeving is een omgeving die iedereen makkelijk kan gebruiken, wat je lichamelijke mogelijkheden, leeftijd, geslacht, etniciteit, cultuur, taal en leerstijl ook zijn. Jong en oud, met en zonder handicap.

 

Als je inclusief en gebruikersgericht ontwerpt, hou je van bij de start rekening met alle soorten gebruikers van je gebouw, je buitenomgeving, je toestellen, je communicatie, je onthaal of je website.

 

Je werkt dus niet met afzonderlijke aanpassingen voor elke sporter of toeschouwer die anders is dan de gemiddelde gebruiker. Die bestaat trouwens niet. Met een integraal toegankelijk ontwerp bespaar je kosten voor aanpassingen achteraf.

Toegankelijkheid in de sportomgeving

Een sportaccommodatie gebruik je om te sporten of te kijken naar sport. Er zijn vaak ook andere functies, zoals een cafetaria, vergaderruimte of congresruimte, de sportdienst en sportevents. Bij sportstadions komen er ook drank- en eetstandjes bij, een fanshop en grote tribunes. Er is ook nog de buitenomgeving.

 

Al deze dingen maken van sportinfrastructuur een interessante maar ook een meer complexe omgeving.

Integrale toegankelijkheid, een samenspel van 4 domeinen

Voor het kwaliteitslabel toegankelijkheid zijn vooral de normen voor de infrastructuur belangrijk.

 

Maar wil je dat echt iedereen je sportomgeving kan gebruiken?

 

Zorg dan voor integrale toegankelijkheid. Dan werk je niet alleen aan je infrastructuur, maar ook aan je beleid, je diensten en aanbod, en je communicatie.

Gebruikscomfort voor iedereen

Integrale toegankelijkheid zorgt voor veel gebruikscomfort voor iedereen. Je bereikt er goede oplossingen voor de behoeften van je sporters mee, wat hun sportactiviteiten ook zijn.

 

Soms zijn extra ondersteuning of hulpmiddelen nodig om alle sporters volwaardig te laten meedoen.

 

Ook recreatieve en professionele sporters zonder een beperking zijn gebaat met meer gebruikscomfort.