10 tot 12 jarigen

DENKEN

Concreet operationele denkfase: Kinderen op deze leeftijd interpreteren wat je zegt zeer letterlijk. Ze denken vanuit hun eigen leefwereld en kunnen zich moeilijk in iemands plaats stellen. Ze hebben moeite om te denken over hun denken.  Ze voelen zich veilig bij een vrij strak, duidelijk en concreet denkkader. Hun denken zit vaak in het hier en in het nu, wat en hoe de dingen zijn, hoe ze het moment ervaren. Belangrijk om de communicatie simpel te houden.

 

EMOTIES

Emoties worden herkend door de combinatie van gezichtsuitdrukking en lichaamshouding. Uit de gezichtsuitdrukking zijn zes universele basisemoties af te leiden. Het zijn de primaire emoties: vreugde, verdriet, boosheid, angst, verbazing en afschuw. Daarnaast bestaan er ook secundaire emoties die complexer zijn en aangeleerd worden. Dit komt door een verband dat in het verleden werd gelegd tussen een situatie en een gevoel dat door die situatie wordt opgeroepen. Dat zorgt ervoor dat we deze emoties willen herhalen of vermijden. De herkenning van primaire emoties ontwikkelt zich vlotter dan de herkenning van secundaire emoties. Kinderen herkennen boosheid, blijheid en verdriet vrij goed, andere emoties interpreteren is nog moeilijk tot de leeftijd van 10 jaar. Ze zijn beperkt in het benoemen van hun gevoelens. Ze kunnen heel emotioneel reageren op een neutraal gezicht, of als ze onzeker zijn over wat af te lezen valt op het gezicht. Ze begrijpen gezichtsuitdrukkingen en lichaamshouding heel ongenuanceerd. Meisjes zijn sterker in het herkennen van emoties op gezichten dan jongens. Bij het zien van negatieve gezichten reageren jongens veel gevoeliger dan meisjes. Vanaf 10 jaar evolueert dit wel, maar dit gaat echt wel nog moeilijk om emoties juist te plaatsen en te benoemen.

 

RELATIES

Kinderen evolueren van een impulsieve naar een zelfbeschermende fase. Initieel geven ze snel toe aan impulsen en verwachten ze dat anderen meteen tegemoet komen aan hun eigen verlangens. Ze stellen zich afhankelijk op waardoor hun gedrag nog gemakkelijk kan gecorrigeerd worden, en zijn dus vrij makkelijk bij te sturen. Daarna worden ze zelfstandiger en dienen relaties voornamelijk iets persoonlijks op te leveren. Vriendschappen worden opgebouwd als de kinderen er zelf baat bij hebben. Ze zoeken dingen om te doen die ze zelf heel aangenaam vinden. Het is wel moeilijk om hun impulsen en emoties de baas te blijven. Vaak zullen ze ook bepaalde gevoelens zoals angst en verdriet ontkennen. Ze zijn in deze fase sterk op zichzelf gericht. Sociale regels zijn belangrijk.

 

TIPS VOOR COACHES

  • Hou communicatie eenvoudig en duidelijk. Vermijd ironie en achterliggende betekenissen. Ze kunnen dit nog onvoldoende kaderen en snappen de boodschap vaak niet.
  • Controleer of ze je boodschap begrepen hebben door hen expliciet te vragen en te laten vertellen wat ze precies begrepen hebben.
  • Opdrachten zoals "blijf rustig", "concentreer je", zijn goed bedoeld, maar te vaag geformuleerd. Werk met onmiddellijke, concrete doelen. Help hen met het positief formuleren van uitdagingen.
  • Droomdoelen kunnen op elke leeftijd, maar houd de doelen vrij korte termijn en simpel op deze leeftijd.
  • Bevraag hun beleving zeer kort na de actie. Ze kunnen immers nog moeilijk denken over hun denken. Daag hen hierin uit, maar heb geduld om goede antwoorden te verkrijgen en hou rekening met fantasie.
  • Geef bijkomende uitleg bij je gezichtsuitdrukking en ondersteun het verbale op een coherente non-verbale manier.
  • Geef duidelijk aan wat moet en niet moet.
  • Gebruik positieve bekrachtiging voor inzet, inspanning en prestatie.

13 tot 15 jarigen

DENKEN

Formeel operationele denkfase: Pubers zijn in staat abstracter te denken dan kinderen. Ze kunnen reeds denken in mogelijkheden en hypotheses ("stel dat…", "wat als…"); ze kunnen op situaties anticiperen. Ze slagen erin te denken over hun denken (metacognitie) en kunnen voorbij eerdere grenzen denken. In tegenstelling tot kinderen kunnen zij zich cognitief wel in iemands plaats stellen. Wel blijven ze hier nog redelijk egocentrisch in. Ook bouwen ze een "persoonlijke fabel" op: ze voelen zich uniek, speciaal en onsterfelijk in hun bestaan. Ze hebben het idee dat ze in het middelpunt van de belangstelling staan; alsof ze als het ware een imaginair publiek hebben.

 

EMOTIES

Emoties worden herkend door de combinatie van gezichtsuitdrukking en lichaamshouding. Uit de gezichtsuitdrukking zijn zes universele basisemoties af te leiden. Het zijn de primaire emoties: vreugde, verdriet, boosheid, angst, verbazing en afschuw. Daarnaast bestaan er ook secundaire emoties die complexer zijn en aangeleerd worden. Dit komt door een verband dat in het verleden werd gelegd tussen een situatie en een gevoel dat door die situatie wordt opgeroepen. Dat zorgt ervoor dat we dit willen herhalen of vermijden. De herkenning van primaire emoties ontwikkelt zich vlotter dan de herkenning van secundaire emoties. Pubers kennen de verschillende emoties, maar verwarren dit nog meer dan volwassenen bij het aflezen of interpreteren ervan. Het emotiesysteem bij pubers is overactief. Meisjes zijn sterker in het herkennen van emoties op gezichten dan jongens. Bij het zien van negatieve gezichten reageren jongens veel gevoeliger dan meisjes.

 

RELATIES

In de conformistische fase vindt een belangrijke verandering plaats: de belangen van anderen worden meer de eigen belangen. Pubers stellen zich sociaal wenselijk op in de vriendengroep en passen zich aan de groep aan; er is immers angst voor kritiek en afwijzing. Relaties worden meer wederkerig. Het is belangrijk dat iemand de andere leuk vindt en dat er eensgezindheid is over gemeenschappelijke activiteiten. Ze richten zich meer op leeftijdsgenoten en zitten zich tegen volwassenen.

 

 

TIPS VOOR COACHES

  • Presenteer je boodschap glashelder. Ze kunnen immers nog altijd twijfelen of fout interpreteren.
  • Gebruik kortetermijn doelen van 3 tot 6 maand. Tussentijdse doelen (3 jaar) en langetermijndoelen (5 jaar) kunnen wel al mee de motivatie bepalen. Droomdoelen kunnen op elke leeftijd.
  • Hoewel je soms denkt dat het geen nut heeft: blijf positieve bekrachtiging voor inzet, inspanning en prestatie gebruiken. Werk met niet-materiële beloningen (vrije momenten, extra rust, aanmoediging, extra leuke oefeningen, sociale gebeurtenissen,…) Ze zijn daar op die leeftijd heel gevoelig voor.

16 tot 18 jarigen

DENKEN

Postformele denkfase: Adolescenten zien meer gemeenschappelijke kenmerken bij hun leeftijdsgenoten dan pubers, en bouwen op basis daarvan diepere vriendschapsrelaties op. Zo komt het besef dat men niet zo uniek is als men dacht als puber. Ze worden meer altruïstisch in hun denken, kunnen verschillende invalshoeken bekijken en komen tot meer genuanceerde standpunten. Ze nemen andere meningen mee in hun eigen opinie en denken dus genuanceerder. Ze slagen erin door dialoog en interne zelfspraak hun eigen mening bij te stellen.

 

EMOTIES

Emoties worden herkend door de combinatie van gezichtsuitdrukking en lichaamshouding. Uit de gezichtsuitdrukking zijn zes universele basisemoties af te leiden. Het zijn de primaire emoties: vreugde, verdriet, boosheid, angst, verbazing en afschuw. Daarnaast bestaan er ook secundaire emoties die complexer zijn en aangeleerd worden. Dit komt door een verband dat in het verleden werd gelegd tussen een situatie en een gevoel dat door die situatie opgeroepen werd. Dat zorgt ervoor dat we dit willen herhalen of vermijden. De herkenning van primaire emoties ontwikkelt zich vlotter dan de herkenning van secundaire emoties. Adolescenten kunnen complexe primaire emoties, zoals verbazing en angst, vrij goed kaderen. Meisjes zijn sterker in het herkennen van emoties op gezichten dan jongens. Bij het zien van negatieve gezichten reageren jongens veel gevoeliger dan meisjes.

 

RELATIES

In het zelfbewuste stadium ligt de nadruk op de eigen identiteit en eigenheid. Het belang van wat de groep denkt, wordt minder. De aandacht gaat naar de eigen gevoelens en wensen, maar er blijft begrip voor wat anderen denken en vinden. Goede persoonlijke relaties zijn belangrijk, net als oprechtheid (ook al weet de jongere dat dit soms tot afwijzing kan leiden). Wat goed is, hangt van de persoon en de omstandigheden af. Er is een grotere flexibiliteit ten aanzien van het denken en handelen van anderen.

 

TIPS VOOR COACHES

  • Meerdere invullingen en veronderstellingen in communicatie zijn mogelijk. Een shift naar tweerichtingscommunicatie treedt op.
  • Personaliseer je communicatie en hou rekening met hun behoeften en noden: wat hebben ze zelf precies nodig?
  • Stimuleer de sporters doelen te bepalen die aansluiten bij hun persoonlijkheid en voorkeuren. Droomdoelen kunnen op elke leeftijd, maar het lange termijn denken is hier al op volle gang dus het kan al heel concreet gepland worden over een langere periode.

Blijf  positieve bekrachtiging gebruiken voor inzet, inspanning en prestatie.