De eerste Vlaamse topsportscholen openden op 1 september 1998 de deuren. Ze waren het resultaat van het Topsportconvenant, een gestructureerde samenwerking tussen de onderwijssector en de sportsector, die eerder dat jaar werd ondertekend. Inmiddels zijn de topsportscholen aan hun 18de schooljaar toe. Het succes is door de jaren heen enkel toegenomen: niet alleen is het leerlingenaantal sterk gegroeid ten opzichte van het eerste schooljaar, ook het aantal deelnemende sportfederaties is gegroeid. Er zijn er nu 15.

 

Het doel van de topsportscholen? Beloftevolle jongeren de kans bieden om op een hoog niveau hun sport te beoefenen en tegelijkertijd hun diploma secundair onderwijs te behalen. De leerling-topsporters krijgen elke week minstens tien uren specifieke topsporttraining onder leiding van trainers die door de topsportfederatie aangesteld zijn, aangevuld met 2u lichamelijke opvoeding. Daarnaast krijgen ze specifieke studiebegeleiding en hebben ze het recht om afwezig te zijn, zodat ze kunnen deelnemen aan topsportstages en/of wedstrijden.

Welke zijn de zes topsportscholen?

Welke studierichtingen kan je volgen?

In de topsportscholen heeft de leerling-topsporter de keuze uit deze studierichtingen:

 

ASO

 

 Wetenschappen-topsport (2e + 3e graad)

 

 Moderne Talen-topsport (3e graad)

 

 Wiskunde-topsport (3e graad)

 

 

 

 TSO

 

 Topsport (2e + 3e graad)

 

 

 

 BSO

 

 Topsport-sportinitiatie (2e + 3e graad)

 

 Topsport-sportbegeleider (3e leerjaar 3e graad)

 

 

In het tweede leerjaar van de eerste graad kunnen de leerlingen kiezen voor de basisoptie topsport. Voor gymnastiek en tennis kan er al in de basisschool gestart worden.

Hoe inschrijven?

Je kan je enkel inschrijven aan een topsportschool als je het statuut van topsporter hebt. Om dat statuut te krijgen, moet je door je sportfederatie worden voorgedragen bij de Gemengde Selectiecommissie van het Topsportconvenant, die bestaat uit vertegenwoordigers van Sport Vlaanderen, het BOIC en het VSF. Aan de hand van de uitgeschreven sportspecifieke selectiecriteria bepaalt die commissie of je al dan niet het topsportstatuut krijgt en kan inschrijven aan één van de zes topsportscholen. Je kunt de selectiecriteria opvragen bij de topsportfederaties.

Welke zijn de verschillende topsportstatuten?

Bij aanvang van het schooljaar 2015-2016 werden er 668 topsportstatuten toegekend (569 in het secundair onderwijs en 99 in het basisonderwijs).

 

Er zijn vier types statuten: topsportstatuut A en topsportstatuut B (secundair onderwijs), topsportstatuut F (flexibel leertraject buiten de topsportschool) en het statuut van topsportbelofte (basisonderwijs). Dit laatste statuut wordt enkel in gymnastiek en tennis toegekend en pas vanaf het vierde leerjaar.

Om een van de vier statuten te krijgen, moet de kandidaat-topsporter aan bepaalde (sportieve) criteria voldoen. Die criteria zijn per sporttak opgesteld en kunnen opgevraagd worden bij de coördinatoren topsport van de Vlaamse topsportfederaties.


De leerling die het topsportstatuut verwerft, heeft twee mogelijkheden: of hij schrijft zich in aan een topsportschool, of hij kiest voor een niet-topsportrichting in een andere school. Daar combineert hij topsport en studie binnen de mogelijkheden van het statuut.

Om deel te nemen aan stages en wedstrijden onder leiding van de federatie hebben leerlingen met een topsportstatuut bijvoorbeeld recht op een aantal halve dagen afwezigheid per schooljaar.


Leerling-topsporters met een topsportstatuut A of B die niet ingeschreven zijn in een topsportschool kunnen maximum 40 halve dagen per schooljaar afwezig zijn voor deelname aan activiteiten onder de verantwoordelijkheid van de federatie. Structurele afwezigheden (vb. wekelijkse dezelfde lessen missen) kan niet met een topsportstatuut buiten de topsportschool. Leerling-topsporters met een topsportstatuut A die wél ingeschreven zijn in een topsportschool kunnen om sportieve redenen maximum 90 halve dagen (1e graad) en 130 dagen (2e en 3e graad) per schooljaar afwezig zijn. Leerling-topsporters met een topsportstatuut B die ingeschreven zijn in een topsportschool kunnen om sportieve redenen maximum 40 halve dagen (1e, 2e en 3e graad) per schooljaar afwezig zijn.

Voor leerlingen met een statuut topsportbelofte worden maximum zes lestijden per week voor topsporttraining voorzien. Zij kunnen 10 halve dagen per schooljaar afwezig zijn om deel te nemen aan stages en wedstrijden van de topsportfederatie. 

 

Terug naar boven