Financiële ondersteuning voor een laagdrempelig sportaanbod

Sportfederaties en organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding kunnen ondersteund worden voor het aanbieden van een laagdrempelig sporttraject waarbij initiatieven genomen worden om:

  • de niet georganiseerde, licht- of andersgeorganiseerde sportparticipatie te promoten door aangepaste varianten van het bestaande sportaanbod aan te bieden aan personen die in eerste instantie niet of niet meer actief een bepaalde sport beoefenen of door een uitbreiding van het standaardaanbod, aanvullend op het klassieke sportaanbod via de sportclubs; of
  • het (inclusief) diversiteitsbeleid van de sportfederatie of haar clubs te bevorderen, drempels voor bepaalde doelgroepen weg te werken die de weg naar het reguliere sportaanbod niet of nog niet vinden of de sportparticipatie te bevorderen van mensen uit kansengroepen.

Een sportfederatie of organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding kan op elk moment van de olympiade een project indienen. Dat project loopt maximaal voor de resterende duur van de olympiade. Een laagdrempelig project kan dus voor maximaal vier jaar worden ingediend.

 

Wil je alles weten over deze beleidsfocus? Lees dan het volledige wettelijk kader.

Gesubsidieerde projecten laagdrempelig sportaanbod 2017.

Gesubsidieerde projecten laagdrempelig sportaanbod 2018.

Gesubsidieerde projecten laagdrempelig sportaanbod 2019.

Waaraan moet je voldoen?

Om in aanmerking te komen voor deze subsidies, moet een sportfederatie aan deze basisvoorwaarden voldoen:

 

  • Sportfederaties moeten al gesubsidieerd worden voor de uitvoering van de basisopdrachten. De beleidsfocus laagdrempelig sportaanbod moet een plek krijgen in het vierjaarlijkse beleidsplan.
  • In het werkingsverslag van de federatie moet de beleidsfocus laagdrempelig sportaanbod afzonderlijk aan bod komen;
  • In de aanvraag tot subsidiëring moet deze informatie te vinden zijn:
    1. een grondige analyse van de noden en behoeften (mogelijkheden versus moeilijkheden) met betrekking tot het laagdrempelig sportaanbod in de sportfederatie;
    2. een inhoudelijke omschrijving van de projectvisie, het concept, de doelstellingen en de beoogde resultaten;
    3. een gedetailleerde begroting die de geplande kosten en opbrengsten duidelijk weergeeft van het jaar waarvoor subsidies gevraagd worden, en voor meerjarige projecten een jaarlijkse financiële prognose voor de duur van het laagdrempelig sportaanbod project;
    4. een omschrijving van de wijze waarop het laagdrempelig sportaanbodproject elk jaar geëvalueerd zal worden en de wijze van integratie in de basiswerking van de sportfederatie.

Hoe wordt een project beoordeeld?

Om na te gaan in welke mate de sportfederatie of de organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding voor deze subsidiëring in aanmerking komt, houden we deze beoordelingscriteria voor ogen:

 

  1. de mate waarin het project zich richt tot de niet-georganiseerde, licht- of anders georganiseerde sporter en de mate waarin een opvolgprogramma opgestart wordt nadat de vooropgestelde doelstelling bereikt is;
  2. de mate waarin het project in de begeleiding van de sporters voorziet;
  3. de mate waarin het project laagdrempelig, creatief en uitdagend is om sporters naar duurzame sportbeoefening toe te leiden;
  4. de mate waarin het project duurzame producten of trajecten ontwikkelt, zodat het na afloop van de aanvullende subsidies succesvol voortgezet kan worden;
  5. de mate van samenwerking met relevante partners en stakeholders;
  6. de mate waarin het project zich richt op het inclusieve diversiteitsbeleid van de organisatie of de aangesloten clubs;
  7. de mate waarin de participatie van mensen uit kansengroepen in het reguliere sportclubaanbod wordt bevorderd;
  8. de mate waarin wordt aangetoond dat de beoogde doelstellingen en effecten zullen worden behaald en de wijze waarop dat wordt gemonitord;
  9. de communicatiestrategie die opgezet wordt om nieuwe sporters aan te trekken met het oog op regelmatige sportbeoefening.

Wie beoordeelt het project?

Een beoordelingscommissie zal de ontvankelijke projecten inhoudelijk beoordelen aan de hand van de aanvraag tot subsidiëring en de beoordelingscriteria van de betreffende beleidsfocus. Die beoordelingscommissie bestaat uit minimaal vijf en maximaal negen leden die specifieke expertise hebben inzake de beleidsfocus.

 

De minister benoemt de leden van de beoordelingscommissie voor de duur van de olympiade.

 

Sport Vlaanderen bereidt de dossiers voor, licht ze toe en neemt het secretariaat waar van de beoordelingscommissie.

 

De beoordelingscommissie beoordeelt de inhoudelijke aspecten van de aanvraag en adviseert over het maximale subsidiebedrag. Sport Vlaanderen beoordeelt de administratieve en financiële aspecten en brengt daarover advies uit aan de minister.

Subsidieerbare kosten

  1. Het brutosalaris van occasionele sporttechnische en administratieve medewerkers;
  2. De RSZ-werkgeversbijdrage van occasionele sporttechnische en administratieve medewerkers;
  3. De eindejaarspremie en het vakantiegeld van occasionele sporttechnische en administratieve medewerkers;
  4. De dienstverhuringskosten voor occasionele sporttechnische en andere medewerkers;
  5. Verplaatsingskosten sporttechnische medewerkers;
  6. De huur van sportaccommodaties;
  7. Drukwerken;
  8. Kosten voor informatie- en promotiemateriaal;
  9. Transportkosten voor sportmateriaal;
  10. De aankoop, huur of afschrijving van sportmateriaal;
  11. Specifieke kosten, noodzakelijk voor de kwaliteitsvolle uitvoering van het laagdrempelig sportproject waarvoor Sport Vlaanderen voorafgaand zijn schriftelijk akkoord heeft gegeven.

Interessante documenten

De lonen van de occasionele medewerkers moeten, als subsidieerbare kost, beantwoorden aan de bezoldigingstabel voor occasionele medewerkers in het kader van de subsidiëring van deze beleidsfocus.

 

Let op: Vrijwilligersvergoedingen mogen niet gebruikt worden voor het betalen van lonen van lesgevers aangezien de vrijwilligersvergoeding geen loon is.